Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden

Rspog

Huidige tekst

Artikel 17 Rspog

Geldt sinds 1 maart 2014

Inrichtingen of afdelingen voor moeders met kinderen 1 In de inrichtingen of afdelingen, bedoeld in artikel 12 van de wet, worden vrouwelijke gedetineerden geplaatst: a.ten aanzien van wie de plaatsing in het belang is van de instandhouding van de moeder- kindrelatie, b.die voldoende vaardigheden hebben om zelf verantwoordelijk te kunnen zijn voor de opvoeding van het kind, of van wie ingeschat wordt dat deze vaardigheden in voldoende mate zijn aan te leren, en c.voor wiens kind niet minstens gelijkwaardige opvangmogelijkheden gerealiseerd kunnen worden buiten de inrichting. 2 Voor plaatsing in de inrichtingen of afdeling, bedoeld in artikel 12 van de wet, komen niet in aanmerking vrouwelijke gedetineerden: a.met een strafrestant van minder dan drie maanden bij plaatsing, b.met een acute psychiatrische of psychische problematiek, c.van wie het kind op de datum van voorwaardelijke invrijheidstelling van de moeder een leeftijd heeft ouder dan de bij de bestemmingsaanwijzing van de inrichting vastgestelde maximale leeftijd van het kind, d.van wie het kind een ernstig lichamelijk of geestelijk gebrek heeft, waardoor intensieve begeleiding is vereist, of e.ten aanzien van wie de plaatsing niet in het belang van het kind is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.