Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling

Huidige tekst

Artikel 21 Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling

Geldt sinds 25 december 2024

Standaardregel 1 De standaardregel, bedoeld in artikel 150n, derde lid, van de Pensioenwet, artikel 145m, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 46d van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling, bestaat uit de volgende berekeningen in de hierna vermelde volgorde: 1° vaststellen van de contante waarde van alle opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten; 2° vaststellen van de contante waarde van de aanpassingskasstromen; 3° vaststellen van de schalingsfactor voor de aanpassingskasstroom; en 4° vaststellen van voor pensioenuitkering bestemd vermogen of kapitaal. 2 Voor de berekeningen, bedoeld in het eerste lid, worden de formules in bijlage 2a gebruikt. 3 Het fonds waarborgt dat bij het toepassen van de standaardregel geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.