Huidige tekst
Artikel 28 Regeling energie vervoer
- 1
De hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong gebruikt bij de productie van een conventionele vervoersbrandstof of een biobrandstof die wordt ingeboekt is de fysieke hoeveelheid in liters bij een temperatuur van 15°C of kilogram die blijkt uit de meter en de bedrijfsadministratie van de raffinaderij waar de hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong is ingezet.
- 2
Voor een hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die wordt ingeboekt stelt de raffinaderijhouder op basis van zijn massabalans en desbetreffende soort brandstof een bewijs van hernieuwbaarheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit.
- 3
De door het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong verwezenlijkte broeikasgasemissiereductie telt niet mee bij de berekening van de broeikasgasemissiereducties van de biobrandstoffen.
- 4
Bij het inboeken van een gebruikte hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong bij de productie van een conventionele vervoersbrandstof of een biobrandstof vermeldt de inboeker de gegevens, bedoeld in bijlage 8a.
- 5
De inboeker bewaart de gegevens, bedoeld in bijlage 8a, en de bewijsstukken ter onderbouwing van die gegevens, ten minste vijf jaar vanaf het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.