Huidige tekst
Artikel 22 Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand inzake de beheersing van emissies van stikstofoxyden of van de grensoverschrijdende stromen van deze stikstofverbindingen
22 Er worden maatregelen toegepast om de vorming van NO x tijdens het verbrandingsproces te beperken. Deze omvatten regeling van de verbrandingsluchtverhouding, vlamtemperatuur, brandstof/lucht-verhouding, enz. De onderstaande verbrandingstechnieken zijn, hetzij afzonderlijk, hetzij in combinatie, beschikbaar voor nieuwe en bestaande installaties. Zij worden op grote schaal toegepast in de elektriciteitssector en op sommige gebieden van de industriesector: a. verbranding met geringe lucht-overmaat (LEA); 1) Gangbare aanpassingsmaatregelen, met beperkt rendement en beperkte toepassingsmogelijkheden. b. verminderde-lucht-voorverwarming (RAP); 1) Gangbare aanpassingsmaatregelen, met beperkt rendement en beperkte toepassingsmogelijkheden. c. brander uit bedrijf (getrapte luchtvervoer) (BOOS); 1) Gangbare aanpassingsmaatregelen, met beperkt rendement en beperkte toepassingsmogelijkheden. d. brander-onbalans (getrapte brandstoftoevoer) (BBF); 1) Gangbare aanpassingsmaatregelen, met beperkt rendement en beperkte toepassingsmogelijkheden. e. lage-NO x -branders (LNB); 1) Gangbare aanpassingsmaatregelen, met beperkt rendement en beperkte toepassingsmogelijkheden. en 2) Geaccepteerde moderne techniek in nieuwe installaties. f. rookgasrecirculatie (FGR); 2) Geaccepteerde moderne techniek in nieuwe installaties. g. getrapte verbranding/bovenluchtbedrijf (OFA); 1) Gangbare aanpassingsmaatregelen, met beperkt rendement en beperkte toepassingsmogelijkheden. en 2) Geaccepteerde moderne techniek in nieuwe installaties. h. in-vuurhaard-NO x -reductie (IFNR); 3) Uitgevoerd in op zichzelf staande grote installaties in de bedrijfssector; slechts beperkte praktijkervaring. i. water-/stoominjectie en arm-mengsel-stooktechniek met voormenging. 4) Voor verbrandingsturbines.