Postregeling 2009

Huidige tekst

Artikel 7a Postregeling 2009

Geldt sinds 29 januari 2014

  1. 1

    Bij de toerekening van de kosten aan de universele postdienst hanteert de verlener van de universele postdienst een kostentoerekeningsysteem dat: a.voldoet aan de beginselen van marktconformiteit, proportionaliteit en integraliteit; b.gebruik maakt van de berekeningsmethode activity based costing; c.inzichtelijk maakt hoe de hoogte van de toe te rekenen kosten is bepaald; d.de kosten zoveel mogelijk rechtstreeks toerekent; e.het oorzakelijk verband aangeeft tussen de kosten en daaraan ten grondslag liggende kostenveroorzakers; f.de kosten slechts eenmaal toerekent; g.de toerekening van de kosten van anderen voor ieder gedeelte van de universele postdienst dat de verlener van de universele postdienst door anderen laat uitvoeren inzichtelijk maakt; h.de kosten op een zodanig gedetailleerd niveau toerekent dat daarmee de daadwerkelijke kosten bepaald kunnen worden.

  2. 2

    Indien de Autoriteit Consument en Markt heeft vastgesteld dat het kostentoerekeningsysteem niet voldoet aan de in de artikelen 7 tot en met 7d gestelde eisen, brengt de verlener van de universele postdienst het kostentoerekeningsysteem binnen twee maanden na die vaststelling alsnog in overeenstemming met die eisen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2017:3625Rechtbank Rotterdam, 11 mei 2017 (bestuursrecht)

    Prejudiciële vragen over de Postrichtlijn. (1) Volgt uit artikel 14 lid 2 Postrichtlijn dat de nationale wet- of regelgeving er in moet voorzien dat aanbieders van de universele dienst in hun interne…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.