Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Estland inzake scheepvaart

Huidige tekst

Artikel 5 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Estland inzake scheepvaart

Geldt sinds 1 juli 1994

  1. 1

    Elke Overeenkomstsluitende Partij kent de schepen van de andere Overeenkomstsluitende Partij dezelfde behandeling toe als haar eigen in internationaal vervoer over zee gebruikte schepen wat betreft officiële formaliteiten, vrije toegang tot havens, gebruik van zulke havens voor het laden en lossen van lading en het inschepen van passagiers, de betaling van kade- en/of overslaggelden en andere belastingen of heffingen, het gebruik van diensten en voorzieningen voor navigatie, scheepvaart en normale handelstransacties. Dit geldt ook voor door rederijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij geëxploiteerde schepen die de vlag van een derde land voeren, tenzij de bevoegde scheepvaartautoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij daartegen bezwaar maken.

  2. 2

    De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op douaneformaliteiten, heffingen en havengelden, vrijheid van toegang tot en gebruik van de havens, alsmede op alle aan de scheepvaart en commerciële handelingen verleende faciliteiten met betrekking tot schepen, bemanningsleden, passagiers en lading. Met name heeft dit betrekking op de toewijzing van ligplaatsen aan kaden, laad- en losvoorzieningen en havendiensten, met inbegrip van voorzieningen voor het bunkeren.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.