Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Estland inzake scheepvaart

Huidige tekst

Artikel 10 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Estland inzake scheepvaart

Geldt sinds 1 juli 1994

  1. 1

    Gedurende de tijd waarin een schip van een der Overeenkomstsluitende Partijen ligplaats heeft gekozen in een haven van de andere Overeenkomstsluitende Partij, is elk bemanningslid van dat schip walverlof toegestaan op het grondgebied van de gemeente waartoe de haven behoort, alsmede op het grondgebied van aangrenzende gemeenten, zonder dat een visum is vereist, mits hij de desbetreffende in artikel 9 genoemde identiteitsbewijzen kan tonen. Dit verlof is evenwel alleen toegestaan als de kapitein van het schip overeenkomstig de in die haven geldende voorschriften aan de bevoegde autoriteiten een bemanningslijst heeft overhandigd waarop het bemanningslid staat vermeld.

  2. 2

    Bij het aan wal gaan en bij de terugkeer naar het schip is de betrokkene onderworpen aan de in die haven geldende controle- en douaneformaliteiten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.