Overeenkomst inzake het beroepsvervoer en het eigen vervoer over de weg tussen Nederland en Oostenrijk

Huidige tekst

Artikel 7 Overeenkomst inzake het beroepsvervoer en het eigen vervoer over de weg tussen Nederland en Oostenrijk

Geldt sinds 1 januari 1960

a Voor iedere vrachtauto (met aanhangwagen) dient een afzonderlijk legitimatiebewijs te worden afgegeven. b Het legitimatiebewijs moet de volgende gegevens bevatten: 1. naam en adres van de ondernemer, 2. kenteken van het voertuig (de voertuigen), 3. merk van het voertuig (de voertuigen), 4. het maximum toegestane gewicht aan lading (laadvermogen) van het voertuig (de voertuigen), 5. soort vervoer (beroepsvervoer, eigen vervoer); transitovervoer, 6. geldigheidsduur, 7. waar nodig, bijzondere voorwaarden en bepalingen. c De af te geven legitimatiebewijzen zijn hetzij: 1. doorlopend, met een geldigheidsduur van twaalf maanden, hetzij 2. beperkt, voor een of meer ritten binnen een vastgestelde tijdruimte. d In geval van opzegging van deze Overeenkomst verliezen de legitimatiebewijzen hun geldigheid in ieder geval op het tijdstip waarop de opzeggingstermijn is verlopen. e Het legitimatiebewijs moet tijdens iedere rit naar het gebied van de andere Verdragsstaat worden medegevoerd. f Het legitimatiebewijs geldt uitsluitend voor de ondernemer zelf en kan niet worden overgedragen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.