Overeenkomst inzake het beroepsvervoer en het eigen vervoer over de weg tussen Nederland en Oostenrijk

Huidige tekst

Artikel 11 Overeenkomst inzake het beroepsvervoer en het eigen vervoer over de weg tussen Nederland en Oostenrijk

Geldt sinds 1 januari 1960

a De legitimatiebewijzen worden in tot Koninkrijk der Nederlanden afgegeven door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat of door de door dit Ministerie daartoe gemachtigde instanties, en in de Republiek Oostenrijk door het Bundesministerium für Handel und Wiederaufbau. Het legitimatiebewijs wordt in beide Staten zo mogelijk in gelijke bewoordingen opgesteld. b De Verdragsstaten zullen elkaar op gezette tijden een opgave doen van de in hun land afgegeven legitimatiebewijzen. Deze opgaven moeten bevatten: het nummer en de geldigheidsduur van de legitimatiebewijzen, de naam en het adres van de houder alsmede de kentekens van de voertuigen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.