Overeenkomst inzake de toelating van stagiaires in Nederland en in Noorwegen

Huidige tekst

Artikel 7 Overeenkomst inzake de toelating van stagiaires in Nederland en in Noorwegen

Geldt sinds 28 juni 1951

Personen die gebruik wensen te maken van het bij deze Overeenkomst bepaalde, dienen een desbetreffend verzoek te richten tot de instantie welke, in hun land, belast is met de centralisatie van de aanvragen van stagiaires. Alvorens hun aanvrage te doen, moeten de stagiaires in beginsel een betrekking hebben gevonden in het andere land. Indien de autoriteiten van dat land kennis dragen van omstandigheden welke de gekozen betrekking weinig geschikt maken voor het doel van de leertijd, brengen zij dit ter kennis van de bevoegde instanties van het land van herkomst van de stagiaire, welke op haar beurt de stagiaire hiervan kennis geven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.