Overeenkomst inzake de toelating van stagiaires in Nederland en in Noorwegen

Huidige tekst

Artikel 6 Overeenkomst inzake de toelating van stagiaires in Nederland en in Noorwegen

Geldt sinds 28 juni 1951

Het aantal vergunningen aan stagiaires hetwelk in elk der beide Staten kan worden afgegeven, mag ten hoogste jaarlijks 50 bedragen. Stagiaires, die op 31 December reeds in het gebied van de andere Staat verblijven, zijn niet begrepen in het contingent van het volgend jaar. Het aantal van 50 stagiaires per jaar mag bereikt worden ongeacht de duur van de tijd voor welke vergunningen, in de loop van een jaar afgegeven, zijn verleend en gedurende welke van deze vergunningen gebruik is gemaakt. Indien het bedoelde contingent door de stagiaires van een van beide Staten in de loop van een jaar niet wordt bereikt, mag deze het aantal vergunningen, aan de stagiaires van de andere Staat verleend, niet verminderen; evenmin mag hij het niet gebruikte restant van zijn contingent voegen bij dat van het volgend jaar. Het contingent kan later worden gewijzigd krachtens een overeenkomst welke, op een daartoe door een van beide Staten gedaan voorstel, uiterlijk 1 December met betrekking tot het volgend jaar gesloten moet worden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.