Muntwet 2002

Huidige tekst

Artikel 8 Muntwet 2002

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Niemand is gehouden valse of vervalste munten aan te nemen.

  2. 2

    Gewone circulatiemunten, herdenkingsmunten, munten voor verzamelaars en munten zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel die vermoed worden vals of vervalst te zijn, kunnen aan een door Onze minister aan te wijzen instantie ter beoordeling worden voorgelegd.

  3. 3

    Indien de munten naar het oordeel van de in het tweede lid bedoelde instantie vals of vervalst zijn, worden ze in beslag genomen. Indien de munten naar het oordeel van die instantie niet vals of vervalst zijn: a.wordt van euromunten of munten als bedoeld in artikel 4 de nominale waarde vergoed; b.wordt van munten als bedoeld in de artikel 5 de stoffelijke waarde vergoed of worden die munten teruggegeven in de staat waarin zij zijn ontvangen.

  4. 4

    Onze minister kan regels stellen betreffende de beoordeling, bedoeld in het tweede lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2021:1544Raad van State, 14 juli 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 9 mei 2018 heeft De Nederlandsche Bank N.V. de aanvraag van F&F Products om de waarde van de door haar aangeboden euromunten te vergoeden, afgewezen. F&F Products heeft DNB…

  • ECLI:NL:RBNNE:2019:5240Rechtbank Noord-Nederland, 17 december 2019 (bestuursrecht)

    Afwijzing verzoek vergoeding waarde van meer dan duizend euromunten op grond van de Muntwet. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft gesteld dat de door…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.