Muntwet 2002

Huidige tekst

Artikel 5 Muntwet 2002

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Munten zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel zijn: a.de gouden dukaat; b.de dubbele gouden dukaat; c.de zilveren dukaat.

  2. 2

    De gouden dukaat heeft een goudgehalte van 983 duizendste, een gewicht van 3,494 gram met een afwijking van ten hoogste vier duizendste en een middellijn van 21 millimeter.

  3. 3

    De dubbele gouden dukaat heeft een goudgehalte van 983 duizendste, een gewicht van 6,988 gram met een afwijking van ten hoogste vier duizendste en een middellijn van 26 millimeter.

  4. 4

    De beeldenaar van de gouden dukaat en de dubbele gouden dukaat is op de voorzijde een geharnaste man tussen de cijfers van het jaartal, met het omschrift: CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT: de beeldenaar is op de keerzijde binnen een versierd vierkant: MO. AUR REG. BELGII AD LEGEM IMPERII. De munten zijn voorzien van een kabelrand.

  5. 5

    De zilveren dukaat heeft een zilvergehalte van 873 duizendste, een gewicht van 28,25 gram met een afwijking van ten hoogste vijf duizendste en een middellijn van 40 millimeter.

  6. 6

    De beeldenaar van de zilveren dukaat is op de voorzijde hetzij een geharnaste man met het Klein Rijkswapen voor het linkerbeen en met het opschrift: MO.NO.ARG.REG.BELGII, hetzij een geharnaste man met het wapen van een Nederlandse provincie voor het linkerbeen en met het opschrift: MO.NO.ARG.REG.BELGII en de naam van de provincie; is op de keerzijde het Klein Rijkswapen met de Koninklijke Kroon tussen de cijfers van het jaartal, met het opschrift: CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.