Mijnbouwregeling

Huidige tekst

Artikel 8.5.3.2 Mijnbouwregeling

Geldt sinds 1 april 2019

  1. 1

    De topafsluiting wordt aangebracht: a.op land: in de nabijheid van het maaiveld, waarbij rekening wordt gehouden met de herinrichting van het terrein; b.onder oppervlaktewater: in de nabijheid van de bodem, indien een risico op nadelige gevolgen voor het milieu aanwezig is.

  2. 2

    Het putmateriaal wordt verwijderd: a.op land tot een diepte van 3 meter onder het maaiveld of dieper als de herinrichting van het terrein dat vereist; b.onder oppervlaktewater tot een diepte van 6 meter onder de bodem, met dien verstande dat een grotere diepte dan 6 meter wordt aangehouden, indien de mogelijkheid van verandering van de bodem daar aanleiding toe geeft.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.