Mediawet 2008

Huidige tekst

Artikel 6.13 Mediawet 2008

Geldt sinds 1 juli 2021

  1. 1

    Als een pakketaanbieder een of meer digitale programmapakketten verspreidt of laat verspreiden, ontvangen alle abonnees die met hem een overeenkomst met betrekking tot de ontvangst van een of meer digitale programmapakketten hebben gesloten, in elk geval een digitaal standaardprogrammapakket.

  2. 2

    Het standaardprogrammapakket bestaat uit ten minste dertig televisieprogrammakanalen en een door de pakketaanbieder met inachtneming van het vierde lid te bepalen aantal radioprogrammakanalen. Bij ministeriële regeling kunnen diensten worden aangewezen waarvan het signaal als integraal onderdeel van de programmakanalen moet worden doorgegeven en kunnen nadere regels worden gesteld voor de doorgifte van deze diensten.

  3. 3

    Voor zover het betreft televisieprogrammakanalen, bevat het standaardprogrammapakket in elk geval: a.de algemene televisieprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst, bedoeld in artikel 2.50, onder a, en een derde algemeen televisieprogrammakanaal voor zover dat door de landelijke publieke mediadienst wordt verzorgd; b.één televisieprogrammakanaal van de regionale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de provincie of het deel van de provincie waarbinnen de abonnees woonachtig zijn; c.de televisieprogrammakanalen van de regionale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de provincies aangrenzend aan de provincie waarbinnen de abonnees woonachtig zijn; d.één televisieprogrammakanaal van de lokale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de gemeente waarbinnen de abonnees woonachtig zijn en dat door de pakketaanbieder wordt verspreid vanaf een in de markt gebruikelijk en geschikt centraal overnamepunt in Nederland voor de aanlevering en verspreiding van televisieprogrammakanalen; e.ten hoogste twee televisieprogrammakanalen van de lokale publieke mediadienst met ander programma-aanbod dan bedoeld in onderdeel d, dat een lokale publieke media-instelling verzorgt en dat is gericht op specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen waaronder minderheden en dat door de pakketaanbieder wordt verspreid vanaf een in de markt gebruikelijk en geschikt centraal overnamepunt in Nederland voor de aanlevering en verspreiding van televisieprogrammakanalen; en f.drie televisieprogrammakanalen van de Nederlandstalige landelijke Belgische openbare omroepdienst.

  4. 4

    Voor zover het betreft radioprogrammakanalen, bevat het standaardprogrammapakket in elk geval: a.vijf algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst; b.één radioprogrammakanaal van de regionale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de provincie of het deel van de provincie waarbinnen de abonnees woonachtig zijn; c.één radioprogrammakanaal van de lokale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.70, dat bestemd is voor de gemeente waarbinnen de abonnees woonachtig zijn en dat door de pakketaanbieder wordt verspreid vanaf een in de markt gebruikelijk en geschikt centraal overnamepunt in Nederland voor de aanlevering en verspreiding van radioprogrammakanalen; d.ten hoogste vijf radioprogrammakanalen van de lokale publieke mediadienst met ander programma-aanbod dan bedoeld in onderdeel c, dat een lokale publieke media-instelling verzorgt en dat is gericht op specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen waaronder minderheden en dat door de pakketaanbieder wordt verspreid vanaf een in de markt gebruikelijk en geschikt centraal overnamepunt in Nederland voor de aanlevering en verspreiding van radioprogrammakanalen; en e.vijf radioprogrammakanalen van de Nederlandstalige landelijke Belgische openbare omroepdienst.

  5. 5

    Bij de vaststelling of een pakketaanbieder heeft voldaan aan het vereiste, bedoeld in de eerste volzin van het tweede lid, worden de volgende regels in acht genomen: a.ten minste dertig unieke televisieprogrammakanalen worden aangeboden in een door de pakketaanbieder te bepalen uitzendkwaliteit; b.als televisieprogrammakanalen in verschillende uitzendkwaliteit worden aangeboden, worden programmakanalen met dezelfde naam en ordening van het programma-aanbod als één programmakanaal aangemerkt; c.als televisieprogrammakanalen in verschillende uitzendkwaliteit worden aangeboden, worden programmakanalen met dezelfde naam maar met een verschillende ordening van het programma-aanbod als afzonderlijke programmakanalen aangemerkt; en d.als televisieprogrammakanalen via omroepzenders worden verspreid zonder dat voor de ontvangst andere kosten moeten worden betaald dan de kosten van aanschaf en gebruik van technische voorzieningen die de ontvangst mogelijk maken, en deze programmakanalen zijn opgenomen in de elektronische programmagids die onderdeel van de technische voorzieningen is, worden deze programmakanalen aangemerkt als televisieprogrammakanalen als bedoeld in onderdeel a.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2012:BW1610Raad van State, 11 april 2012 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 26 mei 2009 heeft het Commissariaat, voor zover hier van belang, aan Ziggo een boete opgelegd van € 1,00 wegens overtreding van artikel 6.20, tweede lid, van de Mediawet 2008.

  • ECLI:NL:RBGRO:2011:BP9784Rechtbank Groningen, 28 februari 2011 (bestuursrecht)

    Artikel 6.14, tweede lid, van de Mediawet 2008 is naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met artikel 31 van de Universeledienstrichtlijn. Voorts stelt de rechtbank vast dat de in artikel…

  • ECLI:NL:GHAMS:2010:BO1050Gerechtshof Amsterdam, 19 oktober 2010 (civiel recht)

    Tariefbeperkend beding met betrekking tot levering rtv-pakketten via kabel in privaatrechtelijke overeenkomst tussen gemeente Hilversum en UPC. Hof voornemens prejudiciële vragen te stellen: is…

  • ECLI:NL:RBGRO:2009:BL7177Rechtbank Groningen, 6 november 2009 (bestuursrecht)

    Weigering ontheffing op grond van artikel 6.14 van de Mediawet 2008 en het opleggen van een bestuurlijke boete van € 1,-- ingevolge artikel 7.12 van de Mediawet 2008. Uitleg van artikel 6.14 van de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.