Terug naar alle wetten
Mediawet 2008
Geldende tekst van alle 362 artikelen, ingedeeld volgens het BWB-wettenregister.
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen en reikwijdte
- Artikel 1.1In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- Artikel 1.2Onder de bevoegdheid van Nederland vallen publieke of commerciële media-instellingen die krachtens artikel 2 van de…
Hoofdstuk 2 Publieke mediadiensten
Titel 2.1 Publieke mediaopdracht
- Artikel 2.1Er is een publieke mediaopdracht die bestaat uit:
Titel 2.2 Landelijke publieke mediadienst
Afdeling 2.2.1 Stichting Nederlandse Publieke Omroep
Paragraaf 2.2.1.1 Taken
- Artikel 2.2De Stichting Nederlandse Publieke Omroep is het sturings- en samenwerkingsorgaan voor de uitvoering van de publieke…
- Artikel 2.3De NPO kan in het kader van haar taak, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel f, in naam van de gezamenlijke…
Paragraaf 2.2.1.2 Organisatie
- Artikel 2.4De organen van de NPO zijn een raad van toezicht, een raad van bestuur en een college van omroepen.
- Artikel 2.5De raad van toezicht bestaat uit een voorzitter en ten hoogste zes andere leden die op voordracht van Onze Minister bij…
- Artikel 2.6Het lidmaatschap van de raad van toezicht is onverenigbaar met:
- Artikel 2.7De raad van toezicht is belast met het toezicht op:
- Artikel 2.8De raad van bestuur bestaat uit een voorzitter en ten hoogste twee andere leden die worden benoemd, geschorst en…
- Artikel 2.9Op het lidmaatschap van de raad van bestuur is artikel 2.6, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c tot en met h, van…
- Artikel 2.10De raad van bestuur bestuurt de NPO.
- Artikel 2.11De volgende besluiten van de raad van bestuur behoeven de instemming van de raad van toezicht:
- Artikel 2.11aDe raad van toezicht en het college van omroepen hebben ten minste tweemaal per jaar overleg.
- Artikel 2.12Het college van omroepen adviseert de raad van toezicht en de raad van bestuur desgevraagd of uit eigen beweging over…
- Artikel 2.13Het lidmaatschap van het college van omroepen is onverenigbaar met het lidmaatschap van een redactie als bedoeld in…
- Artikel 2.14De raad van bestuur vraagt het college van omroepen om advies voordat hij:
- Artikel 2.14aDe raad van bestuur benoemt, op voordracht van het college van omroepen, een ombudsman voor de publieke omroep voor een…
Paragraaf 2.2.1.3 Informatieverstrekking, taakverwaarlozing, bestuursverslag en statuten
- Artikel 2.15De NPO verstrekt Onze Minister desgevraagd alle inlichtingen met betrekking tot de werkzaamheden van de NPO.
- Artikel 2.16Als de NPO naar de mening van Onze Minister zijn taken ernstig verwaarloost, kan Onze Minister na overleg met de NPO de…
- Artikel 2.17De NPO stelt jaarlijks vóór 1 juni een bestuursverslag over het afgelopen kalenderjaar vast.
- Artikel 2.18Wijzigingen in de statuten van de NPO behoeven de instemming van Onze Minister.
Paragraaf 2.2.1.4 Concessie, beleidsplan en prestatieovereenkomst
- Artikel 2.19Voor de verwezenlijking van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau wordt bij koninklijk besluit aan de NPO een…
- Artikel 2.20Voorafgaand aan de concessieverlening en vóór aanvang van de tweede periode van vijf jaar van de concessieperiode dient…
- Artikel 2.21De NPO maakt het concessiebeleidsplan openbaar.
- Artikel 2.21aArtikel 2.21, derde lid, is niet van toepassing, als bij wijze van experiment van beperkte omvang of duur media-aanbod…
- Artikel 2.22Mede op basis van het concessiebeleidsplan sluiten Onze Minister en de NPO een prestatieovereenkomst voor de duur van…
Afdeling 2.2.2 Omroeporganisaties
- Artikel 2.23Onze Minister kan eens in de vijf jaar aan ten hoogste zes omroeporganisaties erkenningen verlenen voor de verzorging…
- Artikel 2.24Een omroepvereniging is een vereniging die:
- Artikel 2.24aEen samenwerkingsomroep is een vereniging of stichting waarin twee of meer omroepverenigingen vertegenwoordigd zijn…
- Artikel 2.25Voor een erkenning komt slechts in aanmerking een omroeporganisatie:
- Artikel 2.26Voor een voorlopige erkenning komt slechts in aanmerking een omroepvereniging die:
- Artikel 2.27Het Commissariaat stelt het aantal leden per omroeporganisatie die een aanvraag voor een erkenning of voorlopige…
- Artikel 2.29Een erkenning of een voorlopige erkenning wordt op aanvraag verleend en geldt voor een periode van vijf jaar die…
- Artikel 2.30Een aanvraag voor een erkenning of voorlopige erkenning bevat de statuten van de aanvrager en een beleidsplan.
- Artikel 2.31Voordat Onze Minister besluit over het verlenen van een erkenning of voorlopige erkenning vraagt hij de Raad voor…
- Artikel 2.32Onze Minister wijst een aanvraag voor een erkenning of een voorlopige erkenning af als de aanvrager niet voldoet aan de…
- Artikel 2.33Onze Minister trekt een erkenning of een voorlopige erkenning in als een instelling niet meer voldoet aan de artikelen…
- Artikel 2.34De omroeporganisaties zijn verplicht gedurende de erkenningperiode media-aanbod te verzorgen, waaronder in elk geval…
Afdeling 2.2.2a Nederlandse Omroep Stichting
- Artikel 2.34aDe Nederlandse Omroep Stichting heeft tot taak media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst te verzorgen op het…
- Artikel 2.34bDe organen van de NOS zijn een raad van toezicht en een directie.
- Artikel 2.34cDe raad van toezicht van de NOS bestaat uit vijf of zeven leden die op zwaarwegende voordracht van de raad van toezicht…
- Artikel 2.34dHet lidmaatschap van de raad van toezicht van de NOS is onverenigbaar met:
- Artikel 2.34eDe raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van de directie en op de algemene gang van zaken binnen de NOS en de…
- Artikel 2.34fDe directie van de NOS bestaat uit ten hoogste drie leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van…
- Artikel 2.34gDe directie bestuurt de NOS.
- Artikel 2.34hDe NOS verstrekt Onze Minister desgevraagd alle inlichtingen met betrekking tot de werkzaamheden van de stichting.
- Artikel 2.34iDe NOS stelt jaarlijks vóór 1 mei een bestuursverslag over het afgelopen kalenderjaar vast.
- Artikel 2.34jWijziging in de statuten van de NOS behoeven de instemming van Onze Minister.
Afdeling 2.2.3 Stichting NTR
- Artikel 2.35De Stichting NTR heeft tot taak media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst te verzorgen dat voorziet in de…
- Artikel 2.35aDe organen van de NTR zijn een raad van toezicht, een algemeen directeur en een adviesraad.
- Artikel 2.36De raad van toezicht van de NTR bestaat uit vijf of zeven leden die op zwaarwegende voordracht van de raad van toezicht…
- Artikel 2.37Het lidmaatschap van de raad van toezicht van de NTR is onverenigbaar met:
- Artikel 2.37aDe raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van de algemeen directeur, op de algemene gang van zaken binnen de…
- Artikel 2.37bDe algemeen directeur van de NTR wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van toezicht.
- Artikel 2.37cDe algemeen directeur bestuurt de NTR.
- Artikel 2.38De statuten van de NTR regelen de instelling van een adviesraad die de algemeen directeur adviseert over het…
- Artikel 2.39De NTR verstrekt Onze Minister desgevraagd alle inlichtingen met betrekking tot de werkzaamheden van de NTR.
- Artikel 2.40De NTR stelt jaarlijks vóór 1 juni een bestuursverslag vast over het afgelopen kalenderjaar.
- Artikel 2.41Wijzigingen in de statuten van de NTR behoeven de instemming van Onze Minister.
Afdeling 2.2.5 Coördinatie en ordening aanbodkanalen
- Artikel 2.50Gedurende de concessieperiode, bedoeld in artikel 2.19, wordt:
- Artikel 2.51Het media-aanbod van de landelijke publieke media-instellingen en de Ster wordt uitsluitend verspreid via een…
- Artikel 2.52Bij de coördinatie en ordening op en tussen de aanbodkanalen kan de raad van bestuur voorstellen voor programma’s…
- Artikel 2.53De raad van bestuur verzorgt de plaatsing van het media-aanbod van de landelijke publieke media-instellingen en de Ster…
- Artikel 2.54De raad van bestuur zorgt er in het kader van de coördinatie voor dat het media-aanbod op de aanbodkanalen van de…
- Artikel 2.55De raad van bestuur bevordert dat tussen de NPO en de landelijke publieke media-instellingen afspraken tot stand komen…
- Artikel 2.56Voor de coördinatie en ordening op en tussen de aanbodkanalen van het media-aanbod van de landelijke publieke…
- Artikel 2.57Een regeling voor de coördinatie en ordening van het media-aanbod als bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdeel c…
- Artikel 2.58De NPO stuurt jaarlijks vóór 1 juni aan het Commissariaat en Onze Minister een verslag over het afgelopen kalenderjaar…
- Artikel 2.59De landelijke publieke media-instellingen en de Ster verstrekken desgevraagd aan de raad van toezicht van de NPO, de…
- Artikel 2.60Onverminderd artikel 2.88, eerste lid, zijn de regelingen, bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdeel c, en de…
Titel 2.3 Regionale en lokale publieke mediadiensten
Paragraaf 2.3.1 Stichting Regionale Publieke Omroep
- Artikel 2.60aOnze Minister wijst een stichting aan als het samenwerkings- en coördinatieorgaan voor de uitvoering van de publieke…
- Artikel 2.60bDe organen van de RPO zijn een raad van toezicht en een bestuur.
- Artikel 2.60cDe raad van toezicht van de RPO bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vier andere leden die op voordracht van Onze…
- Artikel 2.60dHet lidmaatschap van de raad van toezicht van de RPO is onverenigbaar met:
- Artikel 2.60eDe raad van toezicht van de RPO houdt toezicht op het beleid van het bestuur van de RPO, de algemene gang van zaken bij…
- Artikel 2.60fHet bestuur van de RPO bestaat uit ten hoogste zes leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van…
- Artikel 2.60gVoor het bestuur van de RPO is artikel 2.60d, eerste lid, onder c tot en met f, van overeenkomstige toepassing.
- Artikel 2.60hHet bestuur van de RPO is belast met de uitvoering van de taken van de RPO.
- Artikel 2.60iDe volgende besluiten van het bestuur van de RPO behoeven de instemming van de raad van toezicht van de RPO:
- Artikel 2.60jDe artikelen 2.15 tot en met 2.18, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing voor de RPO.
- Artikel 2.60kVoor de verwezenlijking van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau wordt bij koninklijk besluit aan de RPO een…
- Artikel 2.60lVoorafgaand aan de concessieverlening en vóór aanvang van de tweede periode van vijf jaar van de concessieperiode dient…
- Artikel 2.60mDe RPO maakt het concessiebeleidsplan RPO openbaar.
- Artikel 2.60m1Artikel 2.60m, derde lid, is niet van toepassing, als bij wijze van experiment van beperkte omvang of duur media-aanbod…
- Artikel 2.60nMede op basis van het concessiebeleidsplan RPO sluiten Onze Minister en de RPO een prestatieovereenkomst voor de duur…
- Artikel 2.60oDe regionale publieke media-instellingen verstrekken desgevraagd aan de raad van toezicht van de RPO, het bestuur van…
Paragraaf 2.3.1a Aanwijzing van regionale of lokale publieke media-instelling
- Artikel 2.61Voor de verzorging van de publieke mediadiensten op regionaal en lokaal niveau kan het Commissariaat regionale…
- Artikel 2.62Er kan per provincie één regionale publieke media-instelling worden aangewezen, waarbij het Commissariaat acht slaat op…
- Artikel 2.63Als meer dan één lokale instelling in een gemeente aan de eisen, bedoeld in artikel 2.61, tweede lid, voldoet…
- Artikel 2.64Een instelling die de publieke mediaopdracht wil uitvoeren voor meer dan één provincie of gemeente, wordt alleen dan…
- Artikel 2.65Een aanwijzing als regionale publieke media-instelling geschiedt op aanvraag, geldt voor de duur van vijf jaar, die…
- Artikel 2.66Provinciale staten brengen dan wel de gemeenteraad brengt tijdens de aanwijzingsperiode ten minste eenmaal aan het…
- Artikel 2.67Het Commissariaat trekt een aanwijzing in, als de desbetreffende regionale of lokale publieke media-instelling niet…
- Artikel 2.68Een aanwijzing kan door het Commissariaat worden ingetrokken als:
- Artikel 2.69Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over:
Paragraaf 2.3.2 Media-aanbod van regionale of lokale publieke mediadienst
- Artikel 2.70Het programma-aanbod van de regionale en lokale publieke mediadienst bestaat per programmakanaal:
- Artikel 2.71Een lokale publieke media-instelling kan met de regionale publieke media-instelling in wier verzorgingsgebied zij…
Titel 2.5 Nadere voorschriften media-aanbod publieke mediadiensten
Afdeling 2.5.1 Verantwoordelijkheid en verplichtingen
- Artikel 2.88De publieke media-instellingen bepalen, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze wet, vorm en inhoud van het…
- Artikel 2.88aPublieke media-instellingen stellen ten minste de volgende gegevens van de media-instelling gemakkelijk, rechtstreeks…
- Artikel 2.88bReclame- en telewinkelboodschappen en gesponsord media-aanbod zijn als zodanig herkenbaar.
Afdeling 2.5.2 Reclame en telewinkelen
Paragraaf 2.5.2.1 Algemene bepalingen
- Artikel 2.89Tenzij dit bij of krachtens deze wet is toegestaan, bevat het media-aanbod van de publieke mediadiensten geen:
- Artikel 2.90Behoudens toestemming van het Commissariaat bevat het media-aanbod van de publieke mediadiensten geen oproepen in het…
- Artikel 2.91In het media-aanbod van de publieke mediadiensten mogen reclame- en telewinkelboodschappen die zijn aangeboden door…
- Artikel 2.92De Ster en de regionale en lokale publieke media-instellingen die reclame- of telewinkelboodschappen in het…
- Artikel 2.93Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop inzicht wordt gegeven…
Paragraaf 2.5.2.2 Specifieke voorschriften
- Artikel 2.94Reclame- en telewinkelboodschappen zijn door akoestische of visuele middelen duidelijk onderscheiden van de overige…
- Artikel 2.95Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen in het programma-aanbod bedraagt:
- Artikel 2.96Reclame- en telewinkelboodschappen in het programma-aanbod worden zodanig geplaatst dat zij:
- Artikel 2.97In programma’s worden alleen reclame- of telewinkelboodschappen opgenomen als:
- Artikel 2.98De artikelen 2.94 tot en met 2.97 zijn zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het overige media-aanbod van…
Paragraaf 2.5.2.3 Stichting Etherreclame
- Artikel 2.99De Stichting Etherreclame heeft tot taak het verzorgen van media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst en, op…
- Artikel 2.99aDe organen van de Ster zijn een raad van toezicht en een bestuur.
- Artikel 2.99bDe raad van toezicht van de Ster bestaat uit vijf leden die op voordracht van de raad van toezicht door Onze Minister…
- Artikel 2.99cBij een vacature draagt de raad van toezicht van de Ster zorg voor de procedure die leidt tot de voordracht, bedoeld in…
- Artikel 2.99dHet lidmaatschap van de raad van toezicht van de Ster is onverenigbaar met:
- Artikel 2.99eDe raad van toezicht van de Ster houdt toezicht op het beleid van het bestuur van de Ster en op de algemene gang van…
- Artikel 2.100Het bestuur van de Ster bestaat uit ten hoogste drie leden, die door de raad van toezicht van de Ster worden benoemd…
- Artikel 2.101Benoeming van de leden van het bestuur van de Ster geschiedt voor een periode van vijf jaar en herbenoeming voor een…
- Artikel 2.101aHet bestuur van de Ster bestuurt de Ster.
- Artikel 2.102De Ster verstrekt Onze Minister desgevraagd alle inlichtingen met betrekking tot de werkzaamheden van de Ster.
- Artikel 2.102aAls de Ster naar de mening van Onze Minister haar taken ernstig verwaarloost, kan Onze Minister na overleg met de Ster…
- Artikel 2.103De Ster stelt jaarlijks vóór 1 juni een bestuursverslag over het afgelopen kalenderjaar vast.
- Artikel 2.104Wijzigingen in de statuten van de Ster behoeven de instemming van Onze Minister.
Paragraaf 2.5.2.4 Inkomsten uit reclame en telewinkelen
- Artikel 2.104aDe raad van bestuur bevordert dat tussen de NPO en de Ster afspraken tot stand komen over het beleid inzake de…
- Artikel 2.105De Ster doet jaarlijks vóór 15 september aan Onze Minister opgave van de verwachte inkomsten uit de reclame- en…
Afdeling 2.5.3 Sponsoring
- Artikel 2.106Media-aanbod van de publieke mediadiensten wordt niet gesponsord.
- Artikel 2.107Bij gesponsord media-aanbod wordt ter informatie van het publiek duidelijk vermeld dat en door wie het media-aanbod is…
- Artikel 2.108In gesponsord media-aanbod mogen producten of diensten van een sponsor worden vermeld of getoond, behalve als deze een…
- Artikel 2.109Sponsorbijdragen worden rechtstreeks van de sponsors en door middel van een schriftelijke overeenkomst bedongen of…
- Artikel 2.110De landelijke publieke media-instellingen sturen een afschrift van een sponsorovereenkomst aan de raad van bestuur:
- Artikel 2.111Als de raad van bestuur binnen twee weken na ontvangst van het afschrift van de sponsorovereenkomst, of in het geval…
- Artikel 2.112De artikelen 2.110 en 2.111 zijn van overeenkomstige toepassing op de wijziging van een sponsorovereenkomst.
- Artikel 2.113De publieke media-instellingen brengen jaarlijks via de jaarrekening verslag uit over de inkomsten uit…
- Artikel 2.114De artikelen 2.107 tot en met 2.113 zijn van overeenkomstige toepassing als een andere instelling dan bedoeld in de…
Afdeling 2.5.4 Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films
Paragraaf 2.5.4.1 Europese en onafhankelijke producties
- Artikel 2.115Op elk televisieprogrammakanaal van de landelijke en regionale publieke mediadienst bestaat het programma-aanbod voor…
- Artikel 2.116Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld hoeveel procent van het totaal van de budgetten, bedoeld in…
- Artikel 2.117Op elk van de televisieprogrammakanalen van de regionale publieke mediadienst bestaat het programma-aanbod voor ten…
- Artikel 2.119Ten minste een derde deel van de programma’s, bedoeld in de artikelen 2.116 en 2.117, is niet ouder dan vijf jaar.
- Artikel 2.120Als onafhankelijke productie wordt aangemerkt media-aanbod dat niet geproduceerd is door:
- Artikel 2.121Voor de toepassing van de artikelen 2.116, tweede lid, en 2.117 tot en met 2.120 blijft buiten beschouwing media-aanbod:
Paragraaf 2.5.4.2 Nederlands- en Friestalige producties
- Artikel 2.122Op elk televisieprogrammakanaal van de landelijke en regionale publieke mediadienst bestaat het programma-aanbod voor…
- Artikel 2.123Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de ondertiteling van televisieprogramma-aanbod…
Paragraaf 2.5.4.3 Films
- Artikel 2.124In het media-aanbod van de publieke mediadiensten worden geen films opgenomen buiten de met de rechthebbenden…
Afdeling 2.5.6 Nevenactiviteiten en overige bepalingen
- Artikel 2.132De NPO en de publieke media-instellingen mogen alleen na voorafgaande toestemming van het Commissariaat…
- Artikel 2.133Op overeenkomsten ter zake van nevenactiviteiten die er toe strekken om rechten op en de bekendheid van media-aanbod…
- Artikel 2.134In het kader van nevenactiviteiten kunnen de NPO en de publieke media-instellingen rechtspersonen of…
- Artikel 2.135Tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald, gebruiken de NPO, de RPO en de publieke media-instellingen al hun…
- Artikel 2.136Omroeporganisaties die een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23 hebben verkregen, kunnen…
- Artikel 2.137Het is omroepverenigingen niet toegestaan in het kader van ledenwerving op geld waardeerbare voordelen aan leden te…
- Artikel 2.138Als een omroeporganisatie voornemens is na afloop van de periode waarvoor een erkenning of een voorlopige erkenning als…
- Artikel 2.138aWanneer een omroeporganisatie uitvoering geeft aan het voornemen, bedoeld in artikel 2.138, eerste lid, draagt zij…
- Artikel 2.139De landelijke publieke media-instellingen stellen de volgende gegevens van hun programma-aanbod ter beschikking van de…
- Artikel 2.141De NPO, de RPO en de publieke media-instellingen zijn met al hun activiteiten niet dienstbaar aan het maken van winst…
- Artikel 2.142De NPO, de RPO en de publieke media-instellingen zorgen er voor dat leden van hun organen, werknemers en andere…
- Artikel 2.142aDe NPO, de RPO, de landelijke en regionale publieke media-instellingen en de instellingen die door Onze Minister zijn…
Titel 2.6 Bekostiging publieke mediadiensten
Afdeling 2.6.1 Algemene bekostigingsaanspraak
- Artikel 2.143De NPO, de RPO en de publieke media-instellingen voorzien op onafhankelijke wijze in de uitvoering van de publieke…
- Artikel 2.144De rijksmediabijdrage bestaat ten minste uit een bedrag dat voor het jaar 2025 € 1.040.379.000 bedraagt.
- Artikel 2.145Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van de artikelen…
- Artikel 2.146De rijksmediabijdrage en de inkomsten van de Ster dienen ter bestrijding van de kosten verbonden aan:
Afdeling 2.6.2 Bekostiging landelijke publieke mediadienst
Paragraaf 2.6.2.1 Begroting
- Artikel 2.147De NPO dient jaarlijks vóór 15 september een begroting voor de landelijke publieke mediadienst in bij Onze Minister en…
- Artikel 2.148Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud en inrichting van de begroting.
Paragraaf 2.6.2.2 Vaststelling budgetten
- Artikel 2.148aVoorafgaand aan elke periode van vijf jaar, bedoeld in artikel 2.19, derde lid, wordt door Onze Minister het bedrag…
- Artikel 2.149Onze Minister stelt jaarlijks vóór 1 december met inachtneming van artikel 2.148a de budgetten van de landelijke…
- Artikel 2.150Het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdeel f, bedraagt vijftig procent van het totaal van de…
- Artikel 2.150aOnze Minister kan de budgetten, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, in de loop van het jaar verhogen naar aanleiding…
- Artikel 2.151Onze Minister stelt de budgetten door tussenkomst van het Commissariaat ter beschikking van de raad van bestuur.
- Artikel 2.152De raad van bestuur verdeelt het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, aanhef en onder a, over de…
- Artikel 2.152aDe raad van bestuur verdeelt het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, aanhef en onder b, over de…
- Artikel 2.154De raad van bestuur kan ten hoogste vijftien procent van het voor een instelling vastgestelde bedrag inhouden als:
- Artikel 2.155De raad van bestuur beslist jaarlijks vóór 1 januari over de verdeling van de budgetten.
- Artikel 2.157De landelijke publieke media-instellingen ontvangen voorschotten volgens bij ministeriële regeling te stellen regels.
Afdeling 2.6.4 Algemene mediareserve
- Artikel 2.166Onze Minister kan uit de rijksmediabijdrage en de inkomsten van de Ster een algemene mediareserve vormen die bestemd is…
- Artikel 2.167Onze Minister kan, voor zover dat de financiering van de rekening-courantverhouding niet in gevaar brengt, uit de…
- Artikel 2.168Renteopbrengsten uit het beheer van de algemene mediareserve zijn bestemd voor door Onze Minister te bepalen…
- Artikel 2.169Onze Minister kan aan een besluit tot het ter beschikking stellen van gelden op grond van de artikelen 2.167 en 2.168…
Afdeling 2.6.5 Bekostiging regionale en lokale publieke mediadiensten
- Artikel 2.169aDe RPO dient jaarlijks vóór 15 september een begroting voor de regionale publieke mediadienst in bij Onze Minister en…
- Artikel 2.169bBij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud en inrichting van de begroting.
- Artikel 2.169cOnze Minister stelt jaarlijks vóór 1 december het budget vast voor de uitvoering van de taken en werkzaamheden van de…
- Artikel 2.170Onze Minister stelt jaarlijks vóór 1 december het totaalbudget vast dat voor het volgend jaar beschikbaar is voor de…
- Artikel 2.170aAls een regionale publieke media-instelling voornemens is na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing als bedoeld…
- Artikel 2.170bHet college van burgemeester en wethouders zorgt voor de bekostiging van het functioneren van de lokale publieke…
- Artikel 2.170cHet overlegorgaan, bedoeld in artikel 2.146, onderdeel l, dient jaarlijks vóór 15 september een begroting in bij Onze…
- Artikel 2.170dOnze Minister stelt uit de rijksmediabijdrage en de inkomsten van de Ster aan het overlegorgaan, bedoeld in artikel…
Afdeling 2.6.6 Financiële verantwoording landelijke en regionale publieke mediadiensten
Paragraaf 2.6.6.1 Rechtmatigheidstoetsing en jaarrekening
- Artikel 2.171Het Commissariaat is belast met de rechtmatigheidstoetsing van de uitgaven van de NPO, de landelijke publieke…
- Artikel 2.172Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op de jaarrekeningen, met dien verstande dat de winst-…
- Artikel 2.173Het Commissariaat brengt als onderdeel van het financieel verslag, bedoeld in artikel 7.7, verslag uit over de…
- Artikel 2.173aHet Commissariaat is belast met de rechtmatigheidstoetsing van de uitgaven van de RPO en de regionale publieke…
Paragraaf 2.6.6.2 Reservering en terugvordering
- Artikel 2.174De landelijke publieke media-instellingen kunnen met toestemming van de raad van bestuur en onder de door hem te…
- Artikel 2.174aOmroeporganisaties die een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23 hebben verkregen, kunnen…
- Artikel 2.175De regionale publieke media-instellingen kunnen met toestemming van het Commissariaat en onder door hem te stellen…
- Artikel 2.176Gereserveerde gelden voor de verzorging van media-aanbod worden in het volgende kalenderjaar besteed aan de doelen…
- Artikel 2.177Gelden die in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gebruikt of die in strijd met de artikelen 2.174…
Paragraaf 2.6.6.3 Overige bepalingen
- Artikel 2.178De landelijke en regionale publieke media-instellingen en de Ster richten hun organisatie zodanig in dat een…
Afdeling 2.6.7 Omroeporkesten, omroepkoren, media-archief en expertisecentrum voor media-educatie
- Artikel 2.180De instellingen die door Onze Minister zijn aangewezen voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en…
- Artikel 2.181De instellingen dienen jaarlijks vóór 15 september een begroting in bij Onze Minister.
- Artikel 2.182De meerjarenplannen en de jaarrekeningen behoeven de instemming van Onze Minister.
- Artikel 2.183Onze Minister stelt uit de rijksmediabijdrage en de inkomsten van de Ster, aan de instellingen een bijdrage in de…
Titel 2.7 Evaluatie
- Artikel 2.184De NPO evalueert regelmatig de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de publieke mediaopdracht.
- Artikel 2.185De NPO stelt een commissie in die tot taak heeft de evaluatie te verrichten voor de duur van de evaluatie.
- Artikel 2.186De evaluatiecommissie rapporteert in elk geval over:
- Artikel 2.187De evaluatiecommissie kan aanbevelingen doen over de wijze waarop aan de publieke mediaopdracht in de komende jaren…
- Artikel 2.188Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden criteria vastgesteld op basis waarvan afzonderlijke landelijke…
Hoofdstuk 3 Commerciële mediadiensten
Titel 3.1 Toestemming omroepdiensten
- Artikel 3.1Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet is het verzorgen van een commerciële omroepdienst…
- Artikel 3.2Een toestemming wordt op aanvraag verleend en geldt voor vijf jaar.
- Artikel 3.3Het Commissariaat kan een aanvraag afwijzen als:
- Artikel 3.4Het Commissariaat trekt een toestemming in als de commerciële media-instelling:
Titel 3.2 Programma-aanbod
Afdeling 3.2.1 Verantwoordelijkheid en verplichtingen
- Artikel 3.5Een commerciële media-instelling bepaalt, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze wet, vorm en inhoud van het…
- Artikel 3.5aEen commerciële media-instelling stelt ten minste de volgende gegevens van de media-instelling gemakkelijk…
- Artikel 3.5bReclame- en telewinkelboodschappen, gesponsord programma-aanbod en productplaatsing zijn als zodanig herkenbaar.
Afdeling 3.2.2 Reclame en telewinkelen
- Artikel 3.6Een commerciële media-instelling die reclame- of telewinkelboodschappen in het programma-aanbod opneemt, is aangesloten…
- Artikel 3.7Reclame- en telewinkelboodschappen zijn door akoestische, visuele of ruimtelijke middelen duidelijk onderscheiden van…
- Artikel 3.8Het programma-aanbod op een programmakanaal bestaat voor niet meer dan twintig procent van de tijdvakken tussen 06:00…
- Artikel 3.9In het programma-aanbod op een programmakanaal duren blokken van telewinkelboodschappen zonder onderbreking ten minste…
- Artikel 3.10In programma’s worden alleen reclame- of telewinkelboodschappen opgenomen als deze geen afbreuk doen aan de…
- Artikel 3.11In de volgende programma’s worden ten hoogste eenmaal per geprogrammeerd tijdvak van dertig minuten reclame- of…
- Artikel 3.13In televisieprogramma’s die bestaan uit het verslag van een evenement worden alleen reclame- of telewinkelboodschappen…
- Artikel 3.14In afwijking van de artikelen 3.8 en 3.11 mag een televisieprogrammakanaal worden verzorgd dat:
Afdeling 3.2.3 Sponsoring
- Artikel 3.15Programma-aanbod wordt alleen gesponsord als in het redactiestatuut, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, waarborgen…
- Artikel 3.16Bij gesponsord programma-aanbod wordt ter informatie van het publiek duidelijk vermeld dat en door wie het…
- Artikel 3.17In gesponsord programma-aanbod mogen:
- Artikel 3.18Artikel 3.16, eerste tot en met derde lid, is van overeenkomstige toepassing als een andere instelling dan bedoeld in…
- Artikel 3.19Bij programma-aanbod dat bestaat uit het verslag of de weergave van een evenement dat niet voornamelijk bestemd is om…
Afdeling 3.2.3a Productplaatsing
- Artikel 3.19aProductplaatsing in het programma-aanbod is toegestaan met uitzondering van nieuws- en actualiteitenprogramma’s…
- Artikel 3.19bProductplaatsing mag alleen voorkomen als in het redactiestatuut, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, waarborgen zijn…
- Artikel 3.19cArtikel 3.19b, vierde lid, is niet van toepassing op programma-aanbod met productplaatsing dat niet geproduceerd of…
Afdeling 3.2.4 Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films
Paragraaf 3.2.4.1 Europese en onafhankelijke producties
- Artikel 3.20Op een televisieprogrammakanaal bestaat het programma-aanbod voor ten minste vijftig procent van de duur uit Europese…
- Artikel 3.21Op een televisieprogrammakanaal bestaat het programma-aanbod uit ten minste tien procent van de duur uit producties als…
- Artikel 3.22Als onafhankelijke productie wordt aangemerkt programma-aanbod dat niet geproduceerd is door:
- Artikel 3.23Voor de toepassing van de artikelen 3.20 tot en met 3.22 blijft buiten beschouwing programma-aanbod dat:
Paragraaf 3.2.4.2 Nederlands- en Friestalige producties
- Artikel 3.24Op een televisieprogrammakanaal bestaat het programma-aanbod voor ten minste veertig procent uit oorspronkelijk…
- Artikel 3.25Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de ondertiteling van televisieprogramma’s, waarbij…
Paragraaf 3.2.4.3 Films
- Artikel 3.26In het programma-aanbod worden geen films opgenomen buiten de met de rechthebbenden overeengekomen periodes.
Afdeling 3.2.5 Overige bepalingen
- Artikel 3.27Een commerciële media-instelling brengt jaarlijks verslag uit aan het Commissariaat over de maatregelen die zij treft…
- Artikel 3.29De artikelen 3.8, 3.9, eerste en derde lid, 3.10, tweede lid, 3.11 tot en met 3.14 en 3.19 tot en met 3.26 zijn niet…
Titel 3.2a Commerciële mediadiensten op aanvraag
- Artikel 3.29aIn deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- Artikel 3.29bEen media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt of beëindigt, meldt het moment van de aanvang…
- Artikel 3.29cHet audiovisueel media-aanbod van een commerciële mediadienst op aanvraag bestaat voor ten minste dertig procent uit…
- Artikel 3.29dOp commerciële mediadiensten op aanvraag zijn de artikelen 3.5, 3.5b, 3.6, 3.7, tweede lid, aanhef en onderdeel a, 3.15…
- Artikel 3.29eEen media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt, investeert in Nederlands cultureel…
- Artikel 3.29fOnder Nederlands cultureel audiovisueel product wordt verstaan een Europese productie in de zin van artikel 1…
- Artikel 3.29gDe investering, bedoeld in artikel 3.29e, eerste lid, wordt uitgevoerd voordat twee boekjaren zijn verstreken sinds het…
- Artikel 3.29hEen media-instelling als bedoeld in artikel 3.29e, eerste lid, informeert het Commissariaat jaarlijks vóór 1 juli met…
- Artikel 3.29iDe artikelen 3.29e, 3.29g en 3.29h zijn eveneens van toepassing op een aanbieder van mediadiensten die krachtens…
Titel 3.3 Toezichtskosten
- Artikel 3.30Een commerciële media-instelling is aan het Commissariaat jaarlijks kosten verbonden aan het toezicht verschuldigd voor…
Hoofdstuk 3a Videoplatformdiensten
- Artikel 3a.1In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- Artikel 3a.2Onder de bevoegdheid van Nederland valt een aanbieder van een videoplatformdienst die krachtens artikel 28bis, eerste…
- Artikel 3a.3Een aanbieder van een videoplatform heeft een gedragscode die maatregelen voorschrijft als bedoeld in artikel 28ter…
- Artikel 3a.4Een aanbieder van een videoplatform die audiovisuele commerciële communicatie in de handel brengt, verkoopt of…
- Artikel 3a.5Audiovisuele commerciële communicatie op een videoplatformdienst is als zodanig herkenbaar.
Hoofdstuk 4 Bescherming jeugdigen
- Artikel 4.1Het audiovisueel media-aanbod mag alleen dan aanbod bevatten dat schade kan toebrengen aan de lichamelijke, geestelijke…
- Artikel 4.1aAudiovisueel media-aanbod dat schade kan toebrengen aan de lichamelijke, geestelijke of morele ontwikkeling van…
- Artikel 4.2Onze Minister kan een organisatie erkennen die voorziet in regelingen omtrent classificatie en het verspreiden van…
- Artikel 4.3Een organisatie komt slechts voor erkenning in aanmerking als:
- Artikel 4.4Onze Minister trekt een erkenning in als de erkende organisatie niet meer voldoet aan de artikelen 4.2 en 4.3, eerste…
- Artikel 4.5Van een beschikking tot erkenning en intrekking van een erkenning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Hoofdstuk 5 Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving en evenementen van groot belang
- Artikel 5.1Bij algemene maatregel van bestuur wordt een lijst vastgesteld van evenementen die, wanneer zij als een…
- Artikel 5.2Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ter uitvoering van de verplichting, bedoeld in artikel…
- Artikel 5.3Publieke media-instellingen en commerciële media-instellingen oefenen verworven verspreidingsrechten die betrekking…
- Artikel 5.4Aanbieders van omroepdiensten die exclusieve rechten hebben verworven ten aanzien van evenementen van groot belang…
Hoofdstuk 6 Bijzondere bepalingen over politieke partijen, overheid, beperkte omroepdiensten, omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
Titel 6.1 Politieke partijen en overheid
Afdeling 6.1.1 Politieke partijen
- Artikel 6.1Het Commissariaat wijst jaarlijks een aantal uren op de algemene programmakanalen van de landelijke publieke…
- Artikel 6.2Als een politieke partij op grond van de artikelen 137c, 137d, 137e, 137f, 137g of 429quater van het Wetboek van…
- Artikel 6.3Na een veroordeling als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, worden aan de politieke partij, zo nodig in afwijking van…
- Artikel 6.4Een politieke partij gebruikt de aan haar toegewezen uren geheel en alleen voor programma-aanbod op politiek terrein.
Afdeling 6.1.2 Overheid
- Artikel 6.5Het Commissariaat wijst jaarlijks op aanvraag van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, een aantal uren…
- Artikel 6.6De toegewezen uren zijn beschikbaar voor Onze Ministers voor gebruik door overheidsinstellingen of personen die door…
Afdeling 6.1.3 Overige bepalingen politieke partijen en overheid
- Artikel 6.7Onze Minister stelt jaarlijks op advies van het Commissariaat en de NPO de totale hoeveelheid uren vast die op de…
- Artikel 6.8De artikelen 2.53, 2.59, 2.60, 2.88, eerste lid, 2.89, 2.106 tot en met 2.109, 2.114, 2.124, 2.139 en 2.142 en…
Titel 6.2 Toestemming omroepdiensten voor bijzondere doelen
- Artikel 6.9Het Commissariaat kan aan natuurlijke of rechtspersonen toestemming verlenen voor het via een omroepzender verzorgen…
Titel 6.3 Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
Afdeling 6.3.1 Gebruik omroepzenders en omroepnetwerken
- Artikel 6.9aIn deze afdeling wordt verstaan onder:
Paragraaf 6.3.1.1 Verspreiding programma-aanbod
- Artikel 6.10De aanbieder van een omroepzender of een omroepnetwerk verspreidt geen programma-aanbod als de instelling die…
- Artikel 6.11Het is de aanbieder van een omroepzender of een omroepnetwerk toegestaan via de omroepzender of het omroepnetwerk:
Paragraaf 6.3.1.2 Verspreiding van pakketten televisie- en radioprogrammakanalen
- Artikel 6.12Deze paragraaf is van toepassing op pakketaanbieders die een of meer programmapakketten naar ten minste 100.000…
- Artikel 6.13Als een pakketaanbieder een of meer digitale programmapakketten verspreidt of laat verspreiden, ontvangen alle abonnees…
- Artikel 6.14Als een pakketaanbieder een of meer analoge programmapakketten verspreidt of laat verspreiden, ontvangen alle abonnees…
- Artikel 6.14bHet digitale standaardprogrammapakket dat een pakketaanbieder door middel van een satelliet verspreidt of laat…
- Artikel 6.14dHet Commissariaat kan geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 6.13…
Paragraaf 6.3.1.3 Geschillencommissie
- Artikel 6.15Artikel 6.12 is van toepassing.
- Artikel 6.16Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een pakketaanbieder voorziet in de instelling van een…
Afdeling 6.3.2 Gebruik frequentieruimte
- Artikel 6.23Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, wijst de frequentieruimte in de FM-band aan…
- Artikel 6.25Artikel 6.23 is niet van toepassing op:
Titel 6.3a Ongewijzigd verspreiden van media-aanbod van een publieke of commerciële media-instelling
- Artikel 6.25aHet media-aanbod van een publieke of commerciële media-instelling wordt ongewijzigd verspreid, tenzij de betreffende…
Titel 6.4 Buitengewone omstandigheden, crisiscommunicatie en omroepdiensten voor buitenlandse militairen
- Artikel 6.26Bij algemene maatregel van bestuur worden, op voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, na…
- Artikel 6.27In geval van rampen of crises als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s, bieden mediadiensten het…
- Artikel 6.28Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het verzorgen van omroepdiensten die uitsluitend…
Hoofdstuk 7 Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving
Titel 7.1 Commissariaat voor de Media
- Artikel 7.1Er is een Commissariaat voor de Media.
- Artikel 7.2Op het Commissariaat is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing met uitzondering van artikel 17 voor…
- Artikel 7.3Het Commissariaat bestaat uit een voorzitter en twee of vier andere leden.
- Artikel 7.4Onverminderd artikel 13 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zijn onverenigbaar met het lidmaatschap van het…
- Artikel 7.5Het Commissariaat neemt besluiten bij meerderheid van stemmen.
- Artikel 7.6De kosten van het Commissariaat worden door Onze Minister vergoed op basis van de door hem goedgekeurde begroting.
- Artikel 7.7Onverminderd artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen dient het Commissariaat jaarlijks voor 1 september…
- Artikel 7.8Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de inhoud en inrichting van de begroting, het financieel…
- Artikel 7.9Het Commissariaat zendt besluiten zo spoedig mogelijk na de bekendmaking aan Onze Minister.
- Artikel 7.10Het Commissariaat plaatst besluiten tot vaststelling van nadere regels op grond van deze wet en tot vaststelling van…
Titel 7.2 Toezicht en handhaving
- Artikel 7.11Het Commissariaat is belast met de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met…
- Artikel 7.12Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de artikelen 2.34, eerste lid, 2.58…
- Artikel 7.13De te betalen geldsommen van de bestuurlijke boeten en dwangsommen komen toe aan Onze Minister en zijn bestemd voor…
- Artikel 7.14Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet…
- Artikel 7.15Dit artikel treedt niet meer in werking.
- Artikel 7.16aHet Commissariaat kan aan een landelijke of regionale publieke media-instelling een aanwijzing geven, als:
- Artikel 7.17Bij intrekking of vermindering van uren kan het Commissariaat als dat nodig is de verdeling van de uren, bedoeld in de…
- Artikel 7.18De publieke en commerciële media-instellingen, alsmede politieke partijen en de overheid bewaren gedurende twee weken…
- Artikel 7.19De in artikel 7.11, tweede lid, bedoelde toezichthouders zijn bevoegd:
- Artikel 7.20Het Commissariaat stelt jaarlijks vóór 1 november Onze Minister in kennis van het voorgenomen handhavingsbeleid in het…
Titel 7.3 Overige taken
- Artikel 7.21Het Commissariaat is belast met het onderzoek naar ontwikkelingen ten aanzien van concentraties en…
- Artikel 7:22Het Commissariaat houdt een lijst bij met publieke en commerciële media-instellingen die op grond van artikel 1.2…
Hoofdstuk 8 De journalistiek
Titel 8.1 Stimuleringsfonds voor de journalistiek
- Artikel 8.1Er is een Stimuleringsfonds voor de journalistiek.
- Artikel 8.2In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- Artikel 8.3Het Stimuleringsfonds heeft tot doel het handhaven en bevorderen van de pluriformiteit van de pers, voor zover die van…
- Artikel 8.4Het Stimuleringsfonds heeft een bestuur dat bestaat uit een voorzitter en ten hoogste zes andere leden.
- Artikel 8.5Onverminderd artikel 13 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zijn met het lidmaatschap van het bestuur van het…
- Artikel 8.6Het Stimuleringsfonds neemt besluiten bij meerderheid van stemmen.
- Artikel 8.7Onze Minister vergoedt uit de in artikel 8.8 bedoelde inkomsten en uit andere beschikbare financiële middelen de kosten…
- Artikel 8.8Bij ministeriële regeling:
- Artikel 8.9Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de inrichting van de begroting, het financieel verslag en…
Titel 8.2 Subsidieverstrekking ten behoeve van persorganen
- Artikel 8.10Het Stimuleringsfonds kan binnen de door Onze Minister beschikbaar gestelde bedragen subsidie verstrekken op grond van…
- Artikel 8.11Het Stimuleringsfonds kan ten behoeve van een persorgaan aan de uitgever daarvan subsidie verstrekken in de vorm van…
- Artikel 8.12Het Stimuleringsfonds kan ten behoeve van het starten van de exploitatie van een persorgaan aan de uitgever daarvan…
- Artikel 8.13Het Stimuleringsfonds kan ten behoeve van twee of meer persorganen gezamenlijk aan de uitgever of uitgevers daarvan…
- Artikel 8.14Het Stimuleringsfonds kan voor het verrichten van organisatieonderzoek dat gericht is op structurele verbetering van de…
Titel 8.3 Overige vormen subsidieverstrekking
- Artikel 8.15Het Stimuleringsfonds kan subsidie verstrekken voor het verrichten van onderzoek ten behoeve van de persbedrijfstak als…
- Artikel 8.15aHet Stimuleringsfonds kan op basis van daartoe door hem vast te stellen regelingen subsidie verstrekken voor andere…
Titel 8.4 Overige bepalingen
- Artikel 8.16Het Stimuleringsfonds kan ieder jaar subsidieplafonds vaststellen voor de verschillende activiteiten waarvoor subsidie…
- Artikel 8.17Subsidies worden verstrekt op aanvraag.
- Artikel 8.18Verplichtingen die het Stimuleringsfonds aan een subsidieontvanger oplegt hebben geen betrekking op de inhoud van een…
- Artikel 8.19Het Stimuleringsfonds doet van een besluit tot verlening van een subsidie binnen een week nadat het besluit is genomen…
- Artikel 8.20Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over:
- Artikel 8.21Met het toezicht op de naleving van de bepalingen en voorschriften die op grond van dit hoofdstuk gelden voor…
Hoofdstuk 9 Overgangs- en slotbepalingen
Titel 9.1 Overgangsbepalingen
- Artikel 9.1In afwijking van artikel 2.144, eerste lid, tweede volzin, bedraagt de vermeerdering van de rijksmediabijdrage:
- Artikel 9.2De artikelen 2.94, tweede lid, onderdeel b, en 3.7, tweede lid, onderdeel b, zijn tot één jaar na het tijdstip waarop…
- Artikel 9.3Hoofdstuk VII van de Mediawet zoals die wet luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip waarop deze wet in werking…
- Artikel 9.4Concessies, erkenningen, zendtijdtoewijzingen, toestemmingen en ontheffingen die zijn verleend op grond van de Mediawet…
- Artikel 9.5Voor overtredingen van het bepaalde bij of krachtens de Mediawet zoals die wet luidde op de dag voorafgaande aan het…
- Artikel 9.6Bij algemene maatregel van bestuur kunnen tot twee jaar na het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, in gevallen…
Titel 9.2 Overgangsbepalingen bij de Wet van 6 november 2013 tot wijziging van de Mediawet 2008 teneinde het stelsel van de landelijke publieke omroep te moderniseren
Afdeling 9.2.1 Overgangsrecht verlening van erkenningen voor de periode 2016–2021
- Artikel 9.7Voor de erkenningperiode die loopt van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020 kan Onze Minister met inachtneming…
- Artikel 9.8In afwijking van artikel 2.32, eerste lid, onderdeel a, wijst Onze Minister een aanvraag voor een erkenning voor de…
- Artikel 9.8aDe omroepverenigingen PowNed en WNL kunnen afzien van deelname aan de procedure tot verlening van de erkenningen…
Afdeling 9.2.2 Overgangsrecht raad van toezicht NTR
- Artikel 9.9De leden van de raad van toezicht van de Nederlandse Programma Stichting, bedoeld in artikel 2.36, zoals dat artikel…
Afdeling 9.2.3 Overgangsrecht financiële verantwoording kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag
- Artikel 9.10Ten behoeve van de financiële verantwoording over het jaar 2015 blijven met betrekking tot kerkgenootschappen…
Afdeling 9.2.4 Overgangsrecht vaststelling budget NTR voor de periode 2014–2016
- Artikel 9.11De vaststelling van het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdeel d, is voor de kalenderjaren 2014 en…
Afdeling 9.2.5 Overgangsrecht programmaversterkingsbudget voor de periode 2016–2021
- Artikel 9.12In afwijking van artikel 2.150, derde lid, komt:
Afdeling 9.2.6 Overgangsrecht evaluatie landelijke publieke mediadienst voor de periode 2010–2016
- Artikel 9.13De artikelen 2.184 tot en met 2.187 blijven buiten toepassing voor de vijfjaarlijkse periode van de concessie, bedoeld…
Afdeling 9.2.7 Overgangsrecht vrijstelling overdrachtsbelasting
- Artikel 9.14Van overdrachtsbelasting zijn vrijgesteld verkrijgingen van onroerende zaken en de rechten waaraan deze zijn…
Afdeling 9.2.8* Overgangsrecht vrijstelling melding van voorgenomen concentratie door omroepverenigingen
- Artikel 9.14aIn afwijking van artikel 34 van de Mededingingswet is geen melding vereist voor een voornemen tot concentratie van:
Afdeling 9.2.8 Overgangsrecht vrijstelling melding van voorgenomen concentratie door omroepverenigingen
- Artikel 9.14bIn afwijking van artikel 34 van de Mededingingswet is geen melding vereist voor een voornemen tot concentratie van:
Afdeling 9.2.9 Overgangsrecht RPO
- Artikel 9.14cIn afwijking van artikel 2.60k kan de eerste concessie die wordt verleend aan de RPO gelden voor een periode korter dan…
Afdeling 9.2.10 Verlenging van de concessie en de erkenningen van de landelijke publieke mediadienst die zijn verleend voor een periode die afloopt op 31 december 2020
- Artikel 9.14dDe concessie van de NPO, de concessieperiode en de tweede van de twee perioden van vijf jaar, bedoeld in artikel 2.19…
Afdeling 9.2.11 Overgangsrecht maximum percentage reclame- en telewinkelboodschappen in televisieprogramma-aanbod landelijke publieke mediadienst
- Artikel 9.14eIn afwijking van artikel 2.95, eerste lid, aanhef en onder a, bedraagt het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen…
Afdeling 9.2.12 Overgangsrecht aanwijzing regionale publieke media-instelling
- Artikel 9.14fIn afwijking van artikel 2.65, eerste lid, blijft een aanwijzing als regionale publieke media-instelling op grond van…
Titel 9.2a Overgangsbepalingen en evaluatiebepaling investeringsverplichting commerciële mediadiensten op aanvraag
- Artikel 9.14gDe relevante omzet, bedoeld in artikel 3.29e, wordt voor het eerst bepaald over de resterende maanden van het op de…
- Artikel 9.14hOnze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de artikelen 3.29e…
Titel 9.3 Slotbepalingen
- Artikel 9.15De voordracht voor een krachtens de artikelen 2.21a, 2.34a, 2.116 of 2.136 vast te stellen algemene maatregel van…
- Artikel 9.16Onze Minister stelt regels ter uitvoering van artikel 22 van de Europese richtlijn, voor zover naar het oordeel van…
- Artikel 9.17Een wijziging van de Europese richtlijn gaat voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1.2…
- Artikel 9.17aVooruitlopend op wetgeving ter zake kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld voor vormen van audiovisuele…
- Artikel 9.17bOnze Minister zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van dit artikel en vervolgens iedere vijf jaar aan de…
- Artikel 9.18Na inwerkingtreding van deze wet:
- Artikel 9.19De Mediawet wordt ingetrokken.
- Artikel 9.20Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of…
- Artikel 9.21Deze wet wordt aangehaald als:
Overige artikelen
- Artikel 9.14d1De concessie van de NPO, de concessieperiode en de eerste van de twee perioden van vijf jaar, bedoeld in artikel 2.19…
Uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Omschrijvingen bij artikelen zijn redactioneel of de openingszin van het artikel. Dit is geen juridisch advies.