Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening

Invoeringswet Wro

Huidige tekst

Artikel 9.1.2 Invoeringswet Wro

Geldt sinds 1 juli 2008

  1. 1

    Een planologische kernbeslissing als bedoeld in artikel 2a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, een streekplan als bedoeld in artikel 4a van die wet, een structuurplan als bedoeld in artikel 7 van die wet of een regionaal structuurplan als bedoeld in artikel 36c van die wet wordt gelijkgesteld met een structuurvisie als bedoeld in de artikelen 2.3, 2.2, 2.1 onderscheidenlijk 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening.

  2. 2

    Het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van een planologische kernbeslissing als bedoeld in artikel 2a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, waarvan het ontwerp ter inzage is gelegd voor dat tijdstip, totdat de geldingsduur van de planologische kernbeslissing als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of anderszins bij wet bepaald, is verstreken. Indien bij de planologische kernbeslissing geen termijn is bepaald en hierin evenmin bij wet is voorzien, blijft het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, nog gedurende twee jaar na dat tijdstip van toepassing.

  3. 3

    Het tweede lid is niet van toepassing op een herziening of intrekking van de planologische kernbeslissing binnen de in dat lid bedoelde geldingsduur.

  4. 4

    Het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van een streekplan als bedoeld in artikel 4a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, een structuurplan als bedoeld in artikel 7 van die wet of een regionaal structuurplan als bedoeld in artikel 36c van die wet, waarvan het ontwerp ter inzage is gelegd voor dat tijdstip, totdat de termijn ingevolge artikel 5, onderscheidenlijk artikel 33 of 36g van die wet is verstreken.

  5. 5

    Regionale belangen, opgenomen in een regionaal structuurplan, worden voor de toepassing van artikel 4.2 van de Wet ruimtelijke ordening aangemerkt als provinciale belangen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2011:BP8732Raad van State, 23 maart 2011 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 24 maart 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Oosttangent tussen Rustenburgerweg en Beukenlaan" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld. Dit besluit is op 7 mei 2009 ter inzage…

  • ECLI:NL:RVS:2010:BN9547Raad van State, 6 oktober 2010 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 15 april 2009, kenmerk PS2009-27, hebben provinciale staten van Gelderland de partiële streekplanherziening betreffende het nieuwe tracé van de N314 (Rondweg Hummelo)…

  • ECLI:NL:RVS:2010:BN7902Raad van State, 13 september 2010 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 11 februari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Bruchem, [locatie 1]" (hierna: het plan) vastgesteld.

  • ECLI:NL:RVS:2010:BM0188Raad van State, 1 april 2010 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 15 oktober 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "De Winkelbuurt" vastgesteld.

  • ECLI:NL:RVS:2010:BL9625Raad van State, 31 maart 2010 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 5 februari 2009 heeft de raad van de gemeente Oudewater het bestemmingsplan "Landelijk gebied Oudewater 1e herziening [locatie 1]" vastgesteld.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.