Invoeringswet Omgevingswet

Huidige tekst

Artikel 4.14 Invoeringswet Omgevingswet

Nieuwe vergunningplicht

Geldt sinds 1 januari 2024

Als een activiteit voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zonder ontheffing of vergunning onafgebroken rechtmatig is verricht en bij de inwerkingtreding van die wet voor die activiteit een verbod als bedoeld in artikel 5.1, 5.3 of 5.4 van de Omgevingswet van toepassing wordt, geldt voor die activiteit bij de inwerkingtreding van die wet een omgevingsvergunning van rechtswege voor een termijn van twee jaar, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van die wet. Bij algemene maatregel van bestuur kan voor daarbij aangegeven activiteiten worden bepaald dat: a.een omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor een andere daarbij aangegeven termijn, b.aan de geldigheid van een omgevingsvergunning van rechtswege geen termijn is verbonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:4434Rechtbank Oost-Brabant, 16 juni 2026 (omgevingsrecht)

    Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over een besluit waarin het college aan verzoekster drie lasten onder dwangsom heeft opgelegd, voor het opslaan van vloeibare…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:3432Rechtbank Gelderland, 1 mei 2026 (omgevingsrecht)

    Handhaving wegens grondwerkzaamheden ten behoeve uitbreiding serre. Niet omgevingsvergunningvrij op grond van de bruidsschat. Niet aangetoond dat geen archeologische waarden meer aanwezig. De…

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:1591Rechtbank Oost-Brabant, 21 maart 2025 (omgevingsrecht)

    Handhaving mbt een wintertent op een recreatieterrein. Is er een vergunning op grond van de Omgevingswet vereist? Het beroep op het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel slaagt.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:1814Rechtbank Rotterdam, 7 februari 2025 (omgevingsrecht)

    Omgevingswet. Handhaving lozingsactiviteit. Verzoek om voorlopige voorziening van Chemours tegen de aan haar opgelegde last onder dwangsom door de Minister van I&W wegens het zonder…

  • ECLI:NL:RBOBR:2024:473Rechtbank Oost-Brabant, 12 februari 2024 (bestuursprocesrecht)

    De zaak gaat over de afwijzing van een verzoek om handhaving van maatwerkvoorschriften. De rechtbank is van oordeel dat dit ten onrechte is gebeurd omdat verzoeker buiten spel is gezet. Inmiddels is…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.