Investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek van Singapore, anderzijds

Huidige tekst

Artikel 3.14 Investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek van Singapore, anderzijds

Geldt sinds 19 oktober 2018

Kennelijk oneigenlijke verzoeken 1 De verweerder kan, uiterlijk 30 dagen na de instelling van een formatie van het Gerecht overeenkomstig artikel 3.9 (Gerecht van eerste aanleg) en in elk geval vóór de eerste zitting van de formatie van het Gerecht, de exceptie opwerpen dat een verzoek kennelijk oneigenlijk is. 2 De verweerder geeft de gronden voor de exceptie zo nauwkeurig mogelijk aan. 3 Nadat het Gerecht de partijen bij het geschil in de gelegenheid heeft gesteld om hun opmerkingen over de exceptie te maken, neemt het op de eerste zitting van de formatie van het Gerecht of snel daarna een besluit over de exceptie of doet het voorlopig uitspraak op de exceptie. 4 Deze procedure en elke beslissing van het Gerecht laten het recht van een verweerder om overeenkomstig artikel 3.15 (Rechtens ongegronde verzoeken) of tijdens de procedure aan te voeren dat een verzoek rechtens ongegrond is alsook de bevoegdheid van het Gerecht om vóór de behandeling ten principale andere excepties te onderzoeken, onverlet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.