Internationaal Verdrag tegen doping in de sport

Huidige tekst

Artikel 19 Internationaal Verdrag tegen doping in de sport

Geldt sinds 19 oktober 2005

Algemene beginselen inzake voorlichting en training 1 De Staten die Partij zijn, verplichten zich, binnen hun mogelijkheden, voorlichtings- en trainingprogramma’s op het gebied van dopingbestrijding te ondersteunen, ontwikkelen of implementeren. Voor de sportgemeenschap in het algemeen dienen deze programma’s gericht te zijn op het bieden van actuele en accurate informatie over: a.het gevaar van doping voor de ethische waarden van de sport; b.de gevolgen van doping voor de gezondheid. 2 Voor sporters en begeleiders van sporters, met name tijdens hun basistraining, dienen voorlichtings- en trainingsprogramma’s, in aanvulling op het bovenstaande, gericht te zijn op het bieden van actuele en accurate informatie over: a.dopingcontroleprocedures; b.de rechten en verantwoordelijkheden van sporters ten aanzien van dopingbestrijding, met inbegrip van informatie over de Code en het antidopingbeleid van de relevante sport- en antidopingorganisaties. Dergelijke informatie dient de gevolgen van het schenden van de dopingregelgeving te omvatten; c.de lijst van verboden stoffen en methoden en dispensatie voor therapeutisch gebruik; d.voedingssupplementen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.