Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie

Huidige tekst

Artikel 9 Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie

Geldt sinds 9 januari 1972

  1. 1

    De Staten die partij zijn bij dit Verdrag nemen de verplichting op zich aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, ter bestudering door de Commissie, een verslag over te leggen betreffende de wetgevende, gerechtelijke, bestuurlijke of andere maatregelen die zij hebben genomen ter uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag, en wel (a) binnen een jaar nadat het Verdrag voor de desbetreffende Staat in werking is getreden; en (b) vervolgens eenmaal in de twee jaar en telkens wanneer de Commissie dit verzoekt. De Commissie kan de Staten die partij zijn bij dit Verdrag nadere inlichtingen vragen.

  2. 2

    De Commissie brengt jaarlijks, door tussenkomst van de Secretaris-Generaal, aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties verslag uit over haar werkzaamheden en kan voorstellen en algemene aanbevelingen doen, gebaseerd op de bestudering der van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag ontvangen verslagen en inlichtingen. Deze voorstellen en algemene aanbevelingen worden, te zamen met eventueel commentaar daarop van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag, aan de Algemene Vergadering voorgelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.