Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie

Huidige tekst

Artikel 3 Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie

Geldt sinds 9 januari 1972

De Staten die partij zijn bij dit Verdrag veroordelen in het bijzonder rassenscheiding en apartheid en nemen de verplichting op zich op onder hun rechtsmacht vallende grondgebieden alle uitingen van dien aard te voorkomen, te verbieden en uit te bannen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:4597Rechtbank Den Haag, 29 april 2021 (bestuursrecht)

    bodemprocedure (intrekking Nederlanderschap en ongewenstverklaring)

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:4599Rechtbank Den Haag, 29 april 2021 (bestuursrecht)

    bodemprocedure (intrekking Nederlanderschap en ongewenstverklaring)

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:2112Rechtbank Den Haag, 8 maart 2021 (bestuursrecht)

    Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), artikel 14, lid 4. Intrekking Nederlanderschap (20/1496) en ongewenstverklaring (20/1511). Artikel 8:29, lid 5, van de Awb De rechtbank gaat uit van de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.