Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten

IVESCR

Huidige tekst

Artikel 10 IVESCR

Geldt sinds 10 december 2008

Kennisgevingen tussen staten 1 Een staat die partij is bij dit Protocol kan, uit hoofde van dit artikel, te allen tijde verklaren dat hij de bevoegdheid van het Comité erkent kennisgevingen te ontvangen en te bestuderen waarin een staat die partij is stelt dat een andere staat die partij is niet voldoet aan zijn verplichtingen uit hoofde van het Verdrag. Kennisgevingen als bedoeld in dit artikel kunnen alleen worden ontvangen en bestudeerd indien zij zijn ingezonden door een staat die partij is en die een verklaring heeft afgelegd waarin hij ten aanzien van zichzelf deze bevoegdheid van het Comité erkent. Het Comité neemt geen kennisgevingen in ontvangst die betrekking hebben op een staat die partij is en die een dergelijke verklaring niet heeft afgelegd. Kennisgevingen die krachtens het bepaalde in dit artikel worden behandeld ontvangen, worden overeenkomstig de volgende procedure behandeld: a.Indien een staat die partij is bij dit Protocol, van oordeel is dat een andere staat die partij is, zijn verplichtingen uit hoofde van het Verdrag niet nakomt, kan deze door middel van een schriftelijke kennnisgeving de aangelegenheid onder de aandacht brengen van de laatstbedoelde staat. De eerstbedoelde staat die partij is kan tevens het Comité in kennis stellen. Binnen drie maanden na ontvangst van de kennisgeving stuurt de ontvangende staat de staat die de kennisgeving had gezonden een toelichting of een andere schriftelijke verklaring ter verduidelijking van de aangelegenheid, en waarin, voor zover mogelijk en relevant, wordt verwezen naar procedures en rechtsmiddelen die in het land zelf reeds zijn toegepast, nog hangende zijn of die zouden kunnen worden aangewend; b.Indien de aangelegenheid niet binnen zes maanden na ontvangst door de ontvangende staat van de eerste kennisgeving tot tevredenheid van beide staten die partij zijn, wordt geregeld, hebben beide staten het recht de aangelegenheid voor te leggen aan het Comité, door middel van een kennisgeving aan het Comité en aan de andere staat; c.Het Comité behandelt aan hem voorgelegde aangelegenheden uitsluitend nadat het zich ervan heeft overtuigd dat alle beschikbare nationale rechtsmiddelen zijn ingeroepen en uitgeput. Deze regel is niet van toepassing indien de toepassing van de rechtsmiddelen onredelijk wordt gerekt; d.Met inachtneming van het bepaalde in onderdeel c van dit lid, is het Comité de betrokken staten die partij zijn behulpzaam bij het bereiken van een minnelijke oplossing van de aangelegenheid onder eerbiediging van de verplichtingen vervat in het Verdrag; e.Het Comité vergadert achter gesloten deuren wanneer het kennisgevingen uit hoofde van dit artikel onderzoekt; f.Indien in overeenstemming met onderdeel b van dit lid een aangelegenheid aan het Comité wordt voorgelegd, kan het de betrokken staten die partij zijn, bedoeld in onderdeel b, verzoeken relevante inlichtingen te verschaffen; g.De betrokken staten die partij zijn, bedoeld in onderdeel b van dit lid, zijn bevoegd zich te laten vertegenwoordigen tijdens de behandeling van de aangelegenheid door het Comité en mondeling en/of schriftelijk hun zienswijzen bekend te maken; h.Het Comité dient na ontvangst van een kennisgeving bedoeld in onderdeel b van dit lid zo spoedig mogelijk een verslag in en wel als volgt: i.Indien er een oplossing in de zin van onderdeel d van dit lid wordt bereikt, beperkt het Comité zijn verslag tot een korte uiteenzetting van de de feiten en van de bereikte oplossing; ii. Indien er geen oplossing in de zin van onderdeel d wordt bereikt, vermeldt het Comité in zijn verslag de relevante feiten omtrent de kwestie tussen de betrokken staten die partij zijn. De schriftelijke zienswijzen en het verslag van de mondeling ingediende zienswijzen van de staten die partij zijn, worden bij het verslag gevoegd. Het Comité kan uitsluitend de staten die partij zijn zienswijzen doen toekomen die het relevant acht voor de kwestie tussen hen. In alle gevallen wordt het verslag naar de betrokken staten die partij zijn gezonden. 2 De staten die partij zijn, leggen een verklaring uit hoofde van het eerste lid van dit artikel neder bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die afschriften daarvan doet toekomen aan de andere staten die partij zijn. Een verklaring kan te allen tijde door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal worden ingetrokken. Intrekking van een dergelijke verklaring laat de behandeling van een aangelegenheid waarop een uit hoofde van dit artikel reeds verzonden kennisgeving van toepassing is onverlet; na ontvangst door de Secretaris-Generaal van een kennisgeving tot intrekking van een verklaring worden geen kennisgevingen uit hoofde van dit artikel van staten die partij zijn meer aanvaard, tenzij de desbetreffende staat die partij is een nieuwe verklaring heeft afgelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2014:2302Parket bij de Hoge Raad, 12 december 2014 (belastingrecht)

    Belanghebbende is in het belastingjaar in loondienst werkzaam geweest (4-daagse werkweek). Samen met haar echtgenoot heeft belanghebbende twee kinderen. De echtgenoot van belanghebbende is chronisch…

  • ECLI:NL:PHR:2013:830Parket bij de Hoge Raad, 27 augustus 2013 (belastingrecht)

    Koppelingswet; AKW-uitsluiting van alleenstaande ouder zonder geldige verblijfstitel met afhankelijk kind dat EU-burger is. Gerechtvaardigd onder (i) intern recht; (ii) volkenrecht; (iii) EU-recht?…

  • ECLI:NL:RVS:2011:BQ9680Raad van State, 29 juni 2011 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 12 april 2006 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de staatssecretaris) [appellante] een boete opgelegd van € 40.000,00 wegens overtreding van…

  • ECLI:NL:RBARN:2007:BA6562Rechtbank Arnhem, 25 mei 2007 (bestuursrecht)

    Beëindiging leefgeld ex-ama op grond van de Beleidsregels beeindiging verstrekking leefgelden ex-ama’s niet in strijd met EVRM. Geen bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 Awb. Geen…

  • ECLI:NL:RVS:2007:BA4289Raad van State, 19 april 2007 (vreemdelingenrecht)

    Beëindiging verstrekking leefgelden aan ex-ama’s / bijzondere omstandigheden / rechtstreekse werking IVESCR Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 5 juli 2006 in zaak no.…

  • ECLI:NL:RBAMS:1999:AA4043Rechtbank Amsterdam, 4 augustus 1999 (vreemdelingenrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.