Huidige tekst
Artikel 6 Europees Verdrag inzake cinematografische coproduktie
Verhouding tussen de inbrengen van de coproducenten 1 In het geval van een multilaterale coproduktie mag de kleinste inbreng niet minder dan 10% en de grootste inbreng niet meer dan 70% bedragen van de totale produktiekosten van een cinematografisch werk. Wanneer de kleinste inbreng minder dan 20% bedraagt, kan de betrokken Partij stappen ondernemen om de toegang tot nationale steunmaatregelen voor produkties te beperken of te blokkeren. 2 Wanneer dit Verdrag ingevolge de bepalingen van artikel 2, vierde lid, tussen twee Partijen als bilateraal verdrag geldt, mag de kleinste inbreng niet minder dan 20% en de grootste inbreng niet meer dan 80% bedragen van de totale produktiekosten van het cinematografisch werk.