Huidige tekst
Artikel 7 Erkenningsregeling penitentiair programma 2004
- 1
De Minister wijst per hofressort één of meer inrichtingen aan waarbij de deelnemers administratief worden ingeschreven.
- 2
Alleen inrichtingen en reclasseringsinstellingen kunnen aangemerkt worden als uitvoeringsverantwoordelijke instantie.
- 3
De selectiefunctionaris wijst bij zijn besluit tot deelname aan een penitentiair programma tevens de uitvoeringsverantwoordelijke instantie aan.
- 4
De uitvoeringsverantwoordelijke instantie houdt toezicht op de feitelijke begeleiding van de deelnemer aan het programma. Onder toezicht wordt in ieder geval verstaan: a.het toezien op de daadwerkelijke deelname aan de programmaonderdelen; b.het toezien op het nakomen van de procedures die ter zake van het penitentiair programma zijn overeengekomen; c.het toezien op de begeleiding door de werkgever of de derde-organisatie van de deelnemer aan het penitentiair programma; d.het beoordelen en aanbrengen van kleine aanpassingen in het penitentiair programma van de deelnemer; e.het beoordelen van de ernst van een overtreding en het melden van die overtreding aan de directeur van de inrichting; f.het signaleren van vorderingen en ontwikkelingen van de deelnemer aan een penitentiair programma; g.het tijdig opstellen van tussen- en eindrapportages.
- 5
De uitvoeringsverantwoordelijke instantie sluit een overeenkomst met de werkgever of derde-organisatie. In elk geval worden afspraken gemaakt over de te verrichten werkzaamheden, de financiering en het toezicht door de uitvoeringsverantwoordelijke instantie op inhoud en kwaliteit van het programma.