Erkenningsregeling penitentiair programma 2004

Huidige tekst

Artikel 4 Erkenningsregeling penitentiair programma 2004

Geldt sinds 1 oktober 2015

  1. 1

    De erkenning geschiedt voor een periode van maximaal twee jaren.

  2. 2

    Op de aanvraag tot erkenning wordt binnen drie maanden beslist.

  3. 3

    De Minister zendt een afschrift van zijn besluit aan de aanvrager. De Minister houdt tevens een lijst bij van erkende penitentiaire programma’s.

  4. 4

    De erkenning kan door de Minister tussentijds worden ingetrokken indien: a.voor het erkende standaardprogramma of module geen doelgroep meer bestaat; b.de voorwaarden, die bij de erkenning zijn gesteld, niet worden nageleefd; c.de gegevens, die in het kader van de aanvraag tot erkenning zijn verstrekt zodanig onjuist of onvolledig zijn dat op de aanvraag een ander besluit zou zijn gevolgd indien ten tijde van de beoordeling van de aanvraag de juiste en volledige gegevens bekend zouden zijn geweest; d.de derde-organisatie niet bonafide blijkt te zijn.

  5. 5

    De directeur van een penitentiaire inrichting, een reclasseringsinstelling of de derde-organisatie dient desgewenst uiterlijk drie maanden voor afloop van de termijn waarvoor de erkenning is gegeven een verzoek tot verlenging in.

  6. 6

    De Minister kan besluiten de erkenning niet te verlengen indien één of meer omstandigheden zich voordoen als bedoeld in het vierde lid, onder a tot en met d.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.