Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a

BW BES Boek 7a

Huidige tekst

Artikel 1651 BW BES Boek 7a

Geldt sinds 10 oktober 2010

Bij gebreke van bijzondere bedingen omtrent de wijze van beheer, moeten de volgende regelen worden in acht genomen: 1°. de vennoten worden geacht zich over en weder de macht te hebben verleend om de een voor de ander te beheren. Hetgeen ieder van hen verricht, is ook verbindend voor het aandeel der overige vennoten, zonder dat hij hun toestemming hebbe bekomen; onverminderd het recht van deze laatstgemelden, of van een hunner, om zich tegen de handeling, zolang die nog niet gesloten is, te verzetten; 2°. ieder der vennoten mag gebruik maken van de goederen aan de maatschap toebehorende, mits hij dezelve tot zodanige einden gebruike, als waartoe zij gewoonlijk bestemd zijn, en mits hij zich van dezelve niet bediene tegen het belang der maatschap, of op zodanige wijze, dat de overige vennoten daardoor verhinderd worden om van die goederen, volgens hun recht, mede gebruik te maken; 3°. iedere vennoot heeft de bevoegdheid om de overige vennoten te verplichten in de onkosten te dragen, welke tot behoud der aan de maatschap behorende goederen noodzakelijk zijn; 4°. geen der vennoten kan, zonder toestemming der overige, enige nieuwigheden daarstellen ten aanzien der onroerende zaken, welke tot de maatschap behoren, al beweerde hij ook, dat dezelve voor de maatschap voordelig waren.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.