Burgerlijk Wetboek BES Boek 1

BW BES Boek 1

Huidige tekst

Artikel 377a BW BES Boek 1

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    Het kind en de niet met het gezag belaste ouder hebben recht op omgang met elkaar.

  2. 2

    De rechter in eerste aanleg stelt op verzoek van de ouders of van één van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.

  3. 3

    De rechter ontzegt het recht op omgang slechts, indien: a.omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, b.de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, c.het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder heeft doen blijken, of d.omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2016:1351Gerechtshof Den Haag, 18 mei 2016 (personen- en familierecht)

    Gezag en omgang. Afwijking wettelijke voorkeursrecht ex art. 1:253c lid 4 BW. Handhaving huidige zorgregeling.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.