Boetebesluit socialezekerheidswetten

BB Szw

Huidige tekst

Artikel 2 BB Szw

Geldt sinds 1 januari 2017

Berekening bestuurlijke boete 1 Indien als gevolg van overtreding van de inlichtingenverplichting sprake is van een benadelingsbedrag, worden bij de vaststelling van de hoogte van de bestuurlijke boete de uitgangspunten in het tweede tot en met het tiende lid in acht genomen. 2 Indien de inlichtingenverplichting opzettelijk is overtreden, wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op 100 procent van het benadelingsbedrag. 3 Indien sprake is van grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenverplichting, wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op 75 procent van het benadelingsbedrag. 4 Indien geen sprake is van opzet of grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenverplichting, wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op 50 procent van het benadelingsbedrag. 5 Indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenverplichting, wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op 25 procent van het benadelingsbedrag. 6 Bij recidive worden de percentages, genoemd in het tweede tot en met het vijfde lid, toegepast op het benadelingsbedrag vermenigvuldigd met 150 procent van dit bedrag. 7 Indien het benadelingsbedrag, of het benadelingsbedrag bij toepassing van het zesde lid, hoger is dan 100/75 vermenigvuldigd met het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt in afwijking van het vierde en vijfde lid, de bestuurlijke boete: a.indien geen sprake is van opzet of grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenverplichting, vastgesteld op 50/75 vermenigvuldigd met het bedrag van de derde categorie; b.indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenverplichting, vastgesteld op 25/75 vermenigvuldigd met het bedrag van de derde categorie. 8 De percentages, genoemd in het tweede tot en met zesde lid, en de factoren, genoemd in het zevende lid, onderdelen a en b, worden zo nodig verlaagd voor de vaststelling van een evenredige bestuurlijke boete. 9 Het bestuursorgaan dient de aanwezigheid van opzet of grove schuld te stellen en te bewijzen. Het bestuursorgaan kan zich voor het bewijs baseren op door hem gestelde, en door betrokkene niet of niet voldoende weerlegde vermoedens die gebaseerd zijn op feiten. 10 De stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden die aanleiding kunnen geven voor verlaging van de bestuurlijke boete rust op betrokkene. Indien het bestuursorgaan op de hoogte is van bijzondere omstandigheden, wordt bij het opleggen van de bestuurlijke boete daarmee rekening gehouden. 11 Indien een overtreding van de inlichtingenverplichting niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, en niet volstaan wordt met het geven van een schriftelijke waarschuwing, wordt als uitgangspunt een bestuurlijke boete van € 150 vastgesteld, tenzij een afwijkend bedrag noodzakelijk is voor de vaststelling van een evenredige boete.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ3640Parket bij de Hoge Raad, 1 maart 2013 (civiel recht)

    Samenloop strafvorderlijk zwijgrecht en fiscaalrechtelijke meewerkplicht: vormt de onderhavige civielrechtelijke dwangsom ontoelaatbare dwang? Betekenis van het EHRM-arrest Chambaz voor het…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:21269Rechtbank Den Haag, 31 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Eiser heeft tijdens zijn WW-uitkering bepaalde periodes in het buitenland verbleven anders dan wegens vakantie. Herziening en terugvordering en boete.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:4693Rechtbank Rotterdam, 24 april 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Pw. Bestuurlijke boete. Schending inlichtingenplicht.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:1577Rechtbank Overijssel, 24 maart 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep ongegrond. De intrekking van eisers bijstandsuitkering over de periode van 4 juni 2020 tot en met 30 september 2024, de terugvordering tot een bedrag van bruto € 54.768,63 en de boete van €…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:853Rechtbank Overijssel, 19 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Herziening en terugvordering bijstandsuitkering in verband met bijschrijvingen op bankrekeningen. Boete in verband met niet nakomen inlichtingenverplichting. De rechtbank heeft geoordeeld dat de…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:839Rechtbank Rotterdam, 6 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Pw. Herziening en terugvordering van de bijstand vanwege een te lang verblijf in het buitenland en een contante geldstorting. Het bezwaar hiertegen is n.o. wegens termijnoverschrijding. Opleggen…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:123Centrale Raad van Beroep, 22 januari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Intrekking en terugvordering ANW-uitkering en opleggen boete. Schending inlichtingenplicht. Boete. Appellant is na het overlijden van zijn echtgenote opnieuw getrouwd en had daardoor vanaf dat moment…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:43Centrale Raad van Beroep, 15 januari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Terugvordering teveel betaald AOW-pensioen en oplegging boete. Volgens de Svb en de rechtbank heeft appellant alleen tegen de boete bezwaar gemaakt. De Raad is het hiermee niet eens en oordeelt dat…

312 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.