Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999

Bkvv 1999

Huidige tekst

Artikel 21b Bkvv 1999

Geldt sinds 1 januari 2015

Ontheffing verzekeringsplicht Wlz, AOW, ANW en AKW 1 Voorzover de in Nederland wonende echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden van de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, niet van de verzekering op grond van de Wet langdurige zorg zijn uitgesloten op grond van de artikelen 14, derde lid, 21 of 21a, wordt, op aanvraag, door de Sociale verzekeringsbank een ontheffing verleend van de verzekering op grond van zowel de Wet langdurige zorg als de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet en de Algemene Kinderbijslagwet, indien de echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden op grond van een regeling van een op grond van artikel 14, tweede lid, aangewezen volkenrechtelijke organisatie, aanspraken hebben op zorg of op vergoeding van de kosten daarvan mits wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 21, tweede en derde lid. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op de echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die in Nederland arbeid verrichten of een Nederlandse sociale verzekeringsuitkering ontvangen, anders dan de in artikel 21a bedoelde uitkering. 3 De Sociale verzekeringsbank verleent de ontheffing indien en voor zolang wordt voldaan aan de in het eerste en tweede lid gestelde voorwaarden. 4 Indien de aanvraag voor de ontheffing wordt ingediend binnen vier maanden nadat een persoon voor het eerst is gaan voldoen aan de in het eerste en tweede lid gestelde voorwaarden, gaat de ontheffing in met ingang van de dag waarop aan deze voorwaarden wordt voldaan. 5 Indien de aanvraag voor de ontheffing niet binnen de in het vierde lid genoemde periode wordt ingediend, gaat de ontheffing in op de eerste dag van de maand volgende op de dag waarop de aanvraag door de Sociale verzekeringsbank is ontvangen, indien op die eerste dag aan de in het eerste en tweede lid gestelde voorwaarden wordt voldaan. 6 De echtgenoot, kinderen en overige inwonende gezinsleden die op grond van het eerste lid zijn ontheven, blijven ontheven van de verzekering op grond van zowel de Wet langdurige zorg als de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet en de Algemene Kinderbijslagwet, gedurende de periode van een jaar, te rekenen vanaf de datum van overlijden van de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, tenzij zij in Nederland arbeid verrichten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:16345Rechtbank Den Haag, 4 september 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep ongegrond. Niet verzekerd voor de Wlz. Verzekerd via het ESA.

  • ECLI:NL:CRVB:2025:119Centrale Raad van Beroep, 16 januari 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Betrokkene is grond van artikel 21, tweede lid, van KB 746 niet verzekerd voor de Wlz omdat de zorgverzekering van de volkenrechtelijke organisatie voldoet aan de minimumeisen, waaronder een dekking…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:120Centrale Raad van Beroep, 16 januari 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Appellant is op grond van artikel 21, tweede lid, van KB 746 niet verzekerd voor de Wlz, omdat zij een pensioen ontvangt van een volkenrechtelijke organisatie en hun zorgverzekering voldoet aan de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.