Besluit tekenbevoegdheid van de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken 1998

Huidige tekst

Artikel 3 Besluit tekenbevoegdheid van de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken 1998

Geldt sinds 1 juli 1998

  1. 1

    Aan de minister is voorbehouden de afdoening en ondertekening van stukken bestemd voor: a.de Koningin; b.de Raad van Ministers van het Koninkrijk; de Raad van Ministers en daaruit gevormde colleges; c.de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de voorzitters van de uit die Kamers gevormde commissies; d.de Raad van State en de Raad van State van het Koninkrijk; e.de Algemene Rekenkamer; f.de Nationale Ombudsman; g.de Gouverneurs van de Nederlandse Antillen en Aruba; h.de ministers van de Nederlandse Antillen en Aruba; i.de Gevolmachtigde Ministers van de Nederlandse Antillen en Aruba; j.de besturen van de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen.

  2. 2

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is de Permanente Vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba bevoegd de in genoemd lid onder h en j bedoelde stukken af te doen en brieven te ondertekenen, voorzover deze betrekking hebben op de projecthulpverlening van Nederland aan de Nederlandse Antillen en Aruba.

  3. 3

    In bijzondere gevallen kan voor bepaalde aangelegenheden aan de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal de bevoegdheid worden verleend de in het eerste lid onder a tot en met j bedoelde stukken af te doen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.