Huidige tekst
Artikel 2 Besluit tekenbevoegdheid van de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken 1998
- 1
Tekenbevoegdheid bezitten: a.de secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken; b.de directeur-generaal voor Constitutionele Zaken & Koninkrijksrelaties; c.de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving van het DGCZ&K; d.de directeur Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van het DGCZ&K; e.de Permanente Vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba; f.het hoofd van de Afdeling Coördinatie Europese en Internationale Zaken van het DGCZ&K; g.het hoofd van de Stafafdeling Beheer van het DGCZ&K; h.de coördinator van beleidsveld IV van de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het DGCZ&K; i.de juridisch adviseur van de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het DGCZ&K; j.de coördinatoren van de beleidsvelden I en II en het hoofd van de Afdeling Projectbeheer van de directie Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van het DGCZ&K; k.de hoofden van de secties Kennismanagementondersteuning, Financiën en Personeelsondersteuning en Uitzendingen van de Stafafdeling Beheer van het DGCZ&K; l.het hoofd van de Vestiging Sint Maarten van de Permanente Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering bij de regering van de Nederlandse Antillen.
- 2
Bij verhindering van een der in het vorige lid genoemde functionarissen heeft diens plaatsvervanger tekenbevoegdheid.