Besluit SUWI

Huidige tekst

Artikel 2.3 Besluit SUWI

Geldt sinds 1 januari 2026

Samenwerking met werknemers- en werkgeversverenigingen 1 De bestuursorganen en organisaties, genoemd in artikel 10a van de Wet SUWI, maken afspraken over de wijze van betrokkenheid van die organisaties bij de samenwerking van de bestuursorganen, bedoeld in de artikelen 9 en 10 van de Wet SUWI. 2 De afspraken, bedoeld in het eerste lid, voor zover daarover geen regels zijn gesteld bij ministeriële regeling als bedoeld in het vijfde lid, zien in ieder geval op: a.de samenwerkingsvorm en inrichting van het samenwerkingsverband, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan de inrichting van het bestuur, de regeling van het voorzitterschap, en de taken en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen; b.de wijze waarop de betrokken colleges van burgemeester en wethouders het voorzitterschap van het bestuur verzorgen; c.de wijze waarop de regionale uitvoering van de gemaakte afspraken wordt geregeld en de wijze waarop wordt aangesloten bij de bestaande regionale samenwerking; d.de wijze waarop wordt omgegaan met de afzonderlijke van toepassing zijnde verordeningen die door de afzonderlijke gemeenteraden zijn vastgesteld op grond van de artikelen 6, tweede lid, 8a en 47 van de Participatiewet; e.de wijze waarop inzicht wordt geboden in de registratie van werkzoekenden met behulp van de elektronische voorzieningen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet SUWI; f.de wijze waarop namens de colleges van burgemeester en wethouders taken op grond van artikel 7 en artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet worden uitgevoerd in het samenwerkingsverband in relatie tot de uitvoering van de andere taken op grond van artikel 7 en artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan de verantwoording aan de afzonderlijke gemeenteraden; g.de wijze waarop de werkgeversdienstverlening wordt ingericht; in relatie tot de bestaande structuur op grond van de Wet SUWI, waaronder tenminste wordt verstaan de werkgeversdienstverlening in het werkgeversservicepunt; h.de wijze waarop de financiële betrokkenheid van werkgevers wordt geregeld. 3 Het samenwerkingsverband stelt een marktbewerkingsplan op, waarin een beschrijving wordt gegeven van de kenmerken van de personen die behoren tot de doelgroep van arbeidsbeperkten als bedoeld in artikel 38b van de Wet financiering sociale verzekeringen, in de regio, de mogelijkheden van die personen, waarin een analyse is opgenomen van de sectoren en bedrijven waar vacatures voor deze personen bestaan of kunnen worden gecreëerd en waarin de afspraken zijn opgenomen over de wijze van aanlevering en bemiddeling van die personen. 4 Het samenwerkingsverband draagt iedere twee jaar, te beginnen in 2016, zorg voor een evaluatie van de samenwerking. 5 Bij ministeriële regeling kunnen tijdelijk nadere regels worden gesteld over de samenwerking, bedoeld in artikel 10a van de Wet SUWI, waaronder in ieder geval over de wijze van samenwerking, gegevensuitwisseling en vergoeding van kosten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:8986Rechtbank Den Haag, 10 augustus 2017 (socialezekerheidsrecht)

    Verweerder heeft aan eiseres ten behoeve van een werknemer loondispensatie ter hoogte van 58,40 % toegekend. Eiseres betoogt dat verweerder bij het bepalen van de loonwaarde ten onrechte de…

  • ECLI:NL:CRVB:2010:BO1725Centrale Raad van Beroep, 12 oktober 2010 (socialezekerheidsrecht)

    Het verzuim van het CWI om de aanvraag in behandeling te nemen en door te zenden, en daarmee gevolg te geven aan de beslissing van 29 maart 2007 van de Raad, wordt aan het College worden toegerekend.

  • ECLI:NL:CRVB:2010:BM8077Centrale Raad van Beroep, 15 juni 2010 (socialezekerheidsrecht)

    Toekenning bijstand ingaande 19 juli 2007. In het ten tijde in geding van toepassing zijnde artikel 2.3, derde lid, van het Besluit SUWI is bepaald dat bij de melding, bedoeld in artikel 44, tweede…

  • ECLI:NL:CRVB:2010:BM0864Centrale Raad van Beroep, 23 maart 2010 (socialezekerheidsrecht)

    Ingangsdatum bijstandsuitkering. Daarbij is overwogen dat tussen de eerste melding bij de CWI en de uitkeringsintake 18 weken zijn verstreken en dat het aan betrokkene zelf is te wijten dat niet…

  • ECLI:NL:CRVB:2009:BK3397Centrale Raad van Beroep, 10 november 2009 (socialezekerheidsrecht)

    Aanvraag bijstand. Gelet op deze feiten heeft appellante naar het oordeel van de Raad genoegzaam blijk gegeven van de intentie zich te melden als bedoeld in artikel 44, tweede zin, van de WWB. De…

  • ECLI:NL:RBHAA:2009:BH4535Rechtbank Haarlem, 25 februari 2009 (socialezekerheidsrecht)

    De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster op 1 oktober 2008 geen WWB-aanvraag heeft ingediend. Voorts is verzoekster geen “first offender” in de zin van de uitspraak onder LJN: BG2637.…

  • ECLI:NL:CRVB:2008:BG7980Centrale Raad van Beroep, 9 december 2008 (socialezekerheidsrecht)

    Ingangsdatum toekenning bijstand. Aanvraag. Vaststaat dat betrokkene zich op 5 augustus 2005 heeft vervoegd voor de aanvraag van een uitkering op grond van de WWB. De bestendige praktijk van het…

  • ECLI:NL:RBHAA:2008:BD0151Rechtbank Haarlem, 16 april 2008 (socialezekerheidsrecht)

    Bij aanvraagprocedure (ingangsdatum) niet in overeenstemming met de WWB (artikelen 41 en 44) gehandeld. Aanbieden zgh meerkansbaan (gesubsidieerde arbeid) is voorziening als bedoeld in art 9, lid 1…

11 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.