Besluit regels hoofdverblijf in dezelfde woning AOW

Huidige tekst

Artikel 2 Besluit regels hoofdverblijf in dezelfde woning AOW

Geldt sinds 1 januari 2024

Geen hoofdverblijf in dezelfde woning voor het voeren van een gezamenlijke huishouding 1 Een pensioengerechtigde die met een andere pensioengerechtigde of met een andere ongehuwde meerderjarige persoon, anders dan een bloedverwant in de eerste graad, zijn hoofdverblijf heeft in een woning wordt voor de toepassing van artikel 1, vierde en vijfde lid, aanhef, van de Algemene Ouderdomswet in ieder geval geacht niet met die pensioengerechtigde of die persoon zijn hoofdverblijf in die woning te hebben als ieder van hen: a.een op zijn naam staande woning in eigendom heeft, een op zijn naam staande woning huurt of een op zijn naam staande woning heeft op basis van een recht van vruchtgebruik, een recht van gebruik of een recht van bewoning; b.de woning, bedoeld in onderdeel a, vrij ter beschikking heeft; c.volledig de kosten en lasten van de woning draagt; en d.staat ingeschreven in de basisregistratie personen of een daarmee vergelijkbare administratie in het buitenland op het adres van de op zijn naam staande woning, bedoeld in onderdeel a. 2 Onder vrij ter beschikking hebben als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt verstaan dat de woning niet: a.wordt bewoond, noch dat daarin feitelijk verblijf wordt gehouden, door een ander dan de pensioengerechtigde of de persoon, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van de minderjarige eigen, aangehuwde en pleegkinderen van die pensioengerechtigde of persoon, noch dat op het adres van de woning in de basisregistratie personen of een daarmee vergelijkbare administratie in het buitenland, met uitzondering van de minderjarige eigen, aangehuwde en pleegkinderen van die pensioengerechtigde of persoon, andere personen staan ingeschreven; b.geheel of gedeeltelijk is verhuurd of onderverhuurd; c.is belast met een recht van vruchtgebruik, een recht van bewoning of een recht van gebruik; en d.is afgesloten van een of meer nutsvoorzieningen. 3 Onder de kosten en lasten van de woning, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden in ieder geval verstaan: a.in geval van eigendom de maandelijkse rente en aflossing van een hypotheek of lening, verminderd met de teruggave inkomstenbelasting als gevolg van de fiscale aftrek van hypotheekrente en kosten; b.in geval van huur de kale huurprijs per maand, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag, na aftrek van de huurtoeslag, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet op de huurtoeslag; c.in geval van huur van een woonwagen of woonschip de kale huurprijs van de woonwagen of het woonschip plus het bedrag dat verschuldigd is voor het gebruik van de standplaats of de ligplaats. d. de maandelijkse servicekosten; e. de door appartementseigenaars periodiek aan de vereniging van eigenaars verschuldigde bijdragen; f. de door gemeenten geheven onroerende-zaakbelastingen en g. de kosten per maand van de nutsvoorzieningen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:21952Rechtbank Den Haag, 15 december 2023 (socialezekerheidsrecht)

    AOW, formulier niet ingevuld, hoofdverblijf hebben, terugvordering, ongegrond

  • ECLI:NL:CRVB:2021:1053Centrale Raad van Beroep, 6 mei 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Ingangsdatum AOW-pensioen. Aanvraag ouderdomspensioen in andere EU-lidstaat. Herziening met terugwerkende kracht ten nadele. Voorlopige toepassing van “oude” 3:4 Awb-beleid. Matiging herziening.

  • ECLI:NL:RBAMS:2021:1603Rechtbank Amsterdam, 29 maart 2021 (bestuursrecht)

    Herziening AOW-pensioen naar de norm van een gehuwde. Gecontracteerde zorgverlener en LAT-relatie. Eiser heeft geweigerd verklaring te ondertekenen. Beroep gegrond.

  • ECLI:NL:CRVB:2020:2800Centrale Raad van Beroep, 10 november 2020 (socialezekerheidsrecht)

    Herziening en terugvordering AOW-pensioen van 2011. Boete wegens niet voldoen inlichtingenverplichting. Gezamenlijke huishouding hoofdverblijf. De Svb heeft terecht geconcludeerd dat het zwaartepunt…

  • ECLI:NL:CRVB:2018:4199Centrale Raad van Beroep, 20 december 2018 (socialezekerheidsrecht)

    Ouderdomspensioen van appellante terecht herzien naar de norm van een gehuwde. Appellante en betrokkene leven niet duurzaam gescheiden van elkaar. Een beroep op artikel 2, eerste lid, van het Besluit…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.