Huidige tekst
Artikel 139 Bpr Wft
Tot de liquide middelen van een vennootschap als bedoeld in artikel 3:96, derde lid, van de wet worden uitsluitend gerekend: a.aanwezige munten of bankbiljetten; b.direct opvorderbare tegoeden; c.kortlopende vorderingen die geen direct opvorderbare tegoeden zijn; en d.activa die geen kortlopende vorderingen zijn en die op zeer korte termijn en zonder substantiële verliezen kunnen worden omgezet in munten of bankbiljetten of direct opvorderbare tegoeden.
Bron: wetten.overheid.nl