Besluit particuliere participatiemaatschappijen

Huidige tekst

Artikel 8 Besluit particuliere participatiemaatschappijen

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    De bank beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag, indien op grond van de deskundigheid, de voornemens of de antecedenten van een of meer personen die het beleid van de aanvrager bepalen of medebepalen de vrees bestaat, dat het goed functioneren van de aanvrager als particuliere participatiemaatschappij onvoldoende gewaarborgd is.

  2. 2

    De bank kan afwijzend beslissen op een aanvraag: a.indien niet is voldaan aan een verzoek als bedoeld in artikel 6 of aan een verzoek als bedoeld in artikel 6 van de Kaderwet verstrekking financiële middelen EZ; b.indien de aanvrager in het kader van de aanvraag gegevens heeft verstrekt, waarvan hij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren en deze verstrekking tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.