Besluit particuliere participatiemaatschappijen

Huidige tekst

Artikel 27 Besluit particuliere participatiemaatschappijen

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Een aanvraag om subsidie wordt binnen zes maanden na de gebeurtenis, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a, b of c, ingediend bij de bank, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model bij regeling van Onze Minister wordt vastgesteld. De aanvraag gaat vergezeld van: a.alle bewijsstukken betreffende de oorzaak en de omvang van het verlies; b.een verklaring van de aanvrager omtrent de waarde van de in artikel 20, eerste lid, onder b en tweede lid, onder c, bedoelde voordelen; c.de namen van de personen die op het tijdstip van de gebeurtenis, bedoeld in artikel 20 eerste lid, onder a, b of c, of op enig tijdstip in de daaraan voorafgaande twee jaar aandeelhouder waren van de aanvrager, in dienst waren van de aanvrager dan wel betrokken waren bij het beheer van de aanvrager; d.een verklaring van een accountant omtrent de juistheid en volledigheid van de in de aanvraag vermelde gegevens en bij de aanvraag meegezonden bewijsstukken; e.de bescheiden, bedoeld in artikel 12, eerste lid, betreffende de twee laatst verlopen boekjaren, tenzij de bank deze bescheiden reeds heeft ontvangen; f.de door de algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap of de vennoten vastgestelde of goedgekeurde jaarrekeningen betreffende de sedert de verkrijging van de participatie verlopen boekjaren.

  2. 2

    Aanvragen worden niet ingediend per telefax.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.