Besluit langdurige zorg

Blz

Huidige tekst

Artikel 3.3.2.1 Blz

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    De eigen bijdrage bedraagt per maand een twaalfde gedeelte van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.2.3, voor: a.de ongehuwde verzekerde die in een instelling verblijft, b.de gehuwde verzekerden tezamen die beiden in een instelling verblijven, c.de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft en wiens echtgenoot verblijft in een instelling voor beschermd wonen of een persoonsgebonden budget voor beschermd wonen is verleend.

  2. 2

    De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 3.061,80 per maand.

  3. 3

    In het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zijn de verzekerde en zijn echtgenoot tezamen slechts eenmaal de eigen bijdrage, berekend overeenkomstig het eerste en tweede lid, verschuldigd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2017:1130Centrale Raad van Beroep, 22 maart 2017 (socialezekerheidsrecht)

    De rechtbank heeft dan ook met juistheid geoordeeld dat de regels van het Blz en de Rlz dwingendrechtelijk van aard en limitatief gesteld zijn. Dat deze regels geen hardheidsclausule of een…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.