Besluit langdurige zorg

Blz

Huidige tekst

Artikel 3.1.5 Blz

Geldt sinds 1 januari 2018

De verzekerde heeft geen recht op zorg ingevolge de wet indien hij: a.krachtens zijn zorgverzekering recht heeft op verpleging en verzorging als bedoeld in artikel 2.10 of artikel 2.12, van het Besluit zorgverzekering, die noodzakelijk is in verband met palliatief terminale zorg, tenzij die zorg wordt verleend als voortzetting van zorg ingevolge de wet; b.minderjarig is en voornamelijk in verband met complexe somatische problematiek of een lichamelijke handicap is aangewezen op verpleging en verzorging als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering; c.minderjarig is en in verband met een verstandelijke beperking is aangewezen op zorg en ondersteuning in een veilige en vertrouwde leef- en woonomgeving, gericht op opvoeding en het waar mogelijk deelnemen aan het maatschappelijk leven zoals bedoeld in het zorgprofiel voor wonen met begeleiding en verzorging.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2016:3773Rechtbank Den Haag, 25 maart 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Wlz. Verzekerde is minderjarig. Niet in geschil is dat verzekerde behoefte heeft aan zorg vanwege een (complexe) somatische aandoening. Uit artikel 3.1.5. van het Besluit langdurige zorg volgt dat…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.