Besluit fiscale eenheid 2003

Besluit FE

Huidige tekst

Artikel 6 Besluit FE

Geldt sinds 23 februari 2017

Formaliteiten ten aanzien van het verzoek, vermogensopstelling op het voegingstijdstip en moment van inbreng bij nieuw opgerichte dochtermaatschappij 1 Het verzoek om een fiscale eenheid wordt gedaan door invulling van een door de inspecteur daartoe uitgereikt formulier. 2 In geval van voeging bij het begin van een boekjaar, wordt ter bepaling van het vermogen van de fiscale eenheid op het voegingstijdstip bij de aangifte over dat boekjaar een vermogensopstelling van de fiscale eenheid gevoegd. In die vermogensopstelling worden de activa en passiva van de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij gewaardeerd naar de tot dat tijdstip door elk van deze maatschappijen gevolgde gedragslijn. 3 In geval van voeging in de loop van een boekjaar van de dochtermaatschappij, sluit de dochtermaatschappij haar boekjaar af op het onmiddellijk aan het voegingstijdstip voorafgaande tijdstip en wordt bij de aangifte van de fiscale eenheid over het jaar waarin het voegingstijdstip valt een vermogensopstelling van de dochtermaatschappij op het voegingstijdstip gevoegd. De moedermaatschappij die bij voeging haar boekjaar niet hoeft af te sluiten, voegt bij deze aangifte tevens een vermogensopstelling op het voegingstijdstip betreffende de verhoudingen met de dochtermaatschappij. 4 Indien een dochtermaatschappij vanaf haar oprichting deel uitmaakt van een fiscale eenheid en bij haar oprichting vermogensbestanddelen van maatschappijen die deel uitmaken van de fiscale eenheid als storting op aandelen zijn ingebracht, wordt die inbreng geacht te hebben plaatsgevonden onmiddellijk na het voegingstijdstip.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2015:841Parket bij de Hoge Raad, 2 juni 2015 (belastingrecht)

    Drie opvolgende fiscale eenheden binnen één kalenderjaar (2009). Met welke eerdere drie ‘jaren’ kunnen de verliezen van FE2 en FE3 die aan FE1 toerekenbaar zijn, worden verrekend? Moet het (eerste)…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BX6705Parket bij de Hoge Raad, 9 november 2012 (belastingrecht)

    Vennootschapsbelasting. Art. 15 Wet Vpb. Art. 3.54 Wet IB 2001. Ontvoeging fiscale eenheid; vrijval herinvesteringsreserve ontvoegde dochter ten gunste van winst moedermaatschappij.

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:1902Gerechtshof Amsterdam, 30 juni 2022 (belastingrecht)

    Aanslag VPB 2014. In geschil is de hoogte van de in aanmerking te nemen boekwinst als gevolg van de toepassing van artikel 15ai Wet VPB. Het Hof concludeert dat de inspecteur terecht geen rekening…

  • ECLI:NL:RBNHO:2020:11780Rechtbank Noord-Holland, 18 december 2020 (belastingrecht)

    Vpb. Artikel 15, zevende lid, van de Wet Vpb is niet van toepassing. De sanctie van artikel 15ai van de Wet Vpb is wel van toepassing. Verweerder is erin geslaagd de door hem gehanteerde waarde in…

  • ECLI:NL:GHARN:2012:BY4675Gerechtshof Arnhem, 20 november 2012 (belastingrecht)

    Vennootschapsbelasting. Afwaarderingsverlies op de voet van art. 13ca niet toegestaan omdat vijfjaarstermijn is verstreken.

  • ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5320Rechtbank 's-Gravenhage, 14 november 2006 (belastingrecht)

    Trefwoorden: gesloten stelsel van rechtsmiddelen Eiseres heeft in een brief aan verweerder uitdrukkelijk geconstateerd dat zij ook na de certificering van aandelen geacht moet worden de juridische en…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.