Besluit fiscale eenheid 2003

Besluit FE

Huidige tekst

Artikel 5 Besluit FE

Geldt sinds 21 februari 2022

Moedermaatschappij opgericht bij aangaan fiscale eenheid; door fiscale eenheid in de loop van een boekjaar opgerichte dochtermaatschappij; boekjaar te voegen dochtermaatschappij valt statutair nog niet samen met boekjaar moedermaatschappij 1 Indien het boekjaar van een met ingang van haar oprichting als moedermaatschappij te voegen lichaam, met uitzondering van het eerste boekjaar, statutair samenvalt met dat van de te voegen dochtermaatschappij, wordt geacht te zijn voldaan aan het vereiste van artikel 15, vierde lid, onderdeel a, van de wet, mits het eerste boekjaar van de moedermaatschappij statutair eindigt en zij dit boekjaar afsluit op hetzelfde tijdstip als waarop de te voegen dochtermaatschappij het op het voegingstijdstip lopende boekjaar afsluit. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing indien het voegingstijdstip van de dochtermaatschappij niet samenvalt met de oprichtingsdatum van de moedermaatschappij, maar nog wel valt in het eerste boekjaar van de moedermaatschappij. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder dochtermaatschappij ook verstaan een bestaande fiscale eenheid. 3 Indien het boekjaar van een met ingang van een tijdstip in het boekjaar van haar oprichting als dochtermaatschappij te voegen lichaam, met uitzondering van het eerste boekjaar, statutair samenvalt met dat van de moedermaatschappij, wordt geacht te zijn voldaan aan het vereiste van artikel 15, vierde lid, onderdeel a, van de wet, mits die dochtermaatschappij haar eerste boekjaar afsluit op hetzelfde tijdstip als waarop de moedermaatschappij het op het voegingstijdstip lopende boekjaar afsluit. 4 Indien op het voegingstijdstip het boekjaar van een bestaande dochtermaatschappij statutair nog niet, maar feitelijk al wel samenvalt met dat van de moedermaatschappij, wordt geacht te zijn voldaan aan het vereiste van artikel 15, vierde lid, onderdeel a, van de wet, mits vóór het voegingstijdstip door het daartoe bevoegde orgaan van de dochtermaatschappij het besluit is genomen tot een zodanige wijziging van het boekjaar dat dit boekjaar samenvalt met dat van de moedermaatschappij en de daarvoor benodigde statutenwijziging binnen twee weken na het voegingstijdstip heeft plaatsgevonden. Indien de termijn van twee weken, bedoeld in de eerste volzin, door omstandigheden die zijn gelegen buiten de invloedssfeer van partijen wordt overschreden en aannemelijk is dat getracht is de statutenwijziging zo spoedig mogelijk na het voegingstijdstip te doen plaatsvinden, blijft afwijzing van het verzoek achterwege.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:573Parket bij de Hoge Raad, 9 juni 2023 (belastingrecht)

    Feiten: de belanghebbende is de moedervennootschap van een fiscale eenheid en leed in 2010 een verlies van € 2 mio. Zij hield ook dochters buiten de fiscale eenheid, waaronder de winstgevende [A] BV…

  • ECLI:NL:HR:2021:884Hoge Raad, 11 juni 2021 (belastingrecht)

    Vennootschapsbelasting. Art. 20, lid 4, Wet Vpb 1969, art. 15ae, lid 3, Wet Vpb 1969, art. 5, lid 4, Besluit fiscale eenheid. Verrekening voorvoegings-houdsterverlies van moeder met winst van nieuwe…

  • ECLI:NL:PHR:2014:1797Parket bij de Hoge Raad, 10 september 2014 (belastingrecht)

    (i) Moeder met HIR-vrijval richt dochter op die (i) meteen gevoegd wordt, (ii) een even groot verlies op optiecontracten organiseert en (iii) op basis van een put-optie meteen daarna weer ontvoegd…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:263Gerechtshof Den Haag, 18 februari 2025 (belastingrecht)

    Aanslagen Vpb 2014 en 2016. Afschrijving goodwill. Vertrouwens-, zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel. Totaalwinstbeginsel en foutenleer. Verrekening voorvoegingsverliezen; art. 15ae, lid 1…

  • ECLI:NL:GHDHA:2022:2333Gerechtshof Den Haag, 29 november 2022 (belastingrecht)

    Navorderingsaanslag vennootschapsbelasting. Een BV die een ziekenhuis exploiteert komt niet in aanmerking voor de zorgvrijstelling van artikel 5, lid 1, aanhef en letter c, Wet Vpb, omdat de statuten…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:7485Rechtbank Den Haag, 1 juli 2021 (belastingrecht)

    Zowel X B.V. als haar enig aandeelhouder is een financiële holding. Het concern waarvan X B.V. deel uitmaakt is een samenwerkingsverband aangegaan met een stichting die een ziekenhuis exploiteert. De…

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:13465Rechtbank Den Haag, 12 december 2019 (belastingrecht)

    Houdsterverliesregeling en verrekening voorvoegingsverliezen. Uitleg artikel 5, vierde lid, Besluit fiscale eenheid 2003 en artikel 20, vierde lid, Wet Vpb. Voorvoegingsverlies/houdsterverlies niet…

  • ECLI:NL:RBDHA:2013:19210Rechtbank Den Haag, 20 december 2013 (strafrecht)

    De rechtbank Den Haag veroordeelt een man tot vier jaar gevangenisstraf voor deelneming aan een criminele organisatie. De organisatie had het oogmerk op het plegen van belastingfraude, witwassen en…

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.