Besluit diëtist, ergotherapeut, logopedist, mondhygiënist, oefentherapeut, orthoptist en podotherapeut

Huidige tekst

Artikel 28 Besluit diëtist, ergotherapeut, logopedist, mondhygiënist, oefentherapeut, orthoptist en podotherapeut

Geldt sinds 1 augustus 2011

  1. 1

    Het aspect diagnostiek en behandeling is zo ingericht dat betrokkene in staat is om in het kader van diagnostiek en behandeling, volgens de vigerende beroeps- en gezondheidszorgstandaarden, op methodische wijze de volgende interventies voor te bereiden, uit te voeren, te evalueren, bij te stellen en af te ronden: a.het podotherapeutische onderzoek en diagnose; b.het opstellen van een behandelplan; c.het uitvoeren en evalueren van de behandeling; d.het volgens de geldende paramedische standaarden coachen van een patiënt voor, tijdens en na de behandeling; e.het voeren en beheren van een praktijk en de patiëntenadministratie; f.het met behulp van ICT vastleggen van de zorg; g.het met andere zorgverleners waarborgen van effectieve en efficiënte zorg; h.het in medische noodsituaties zodanig handelen dat de patiënt in een stabiele toestand komt en kan blijven totdat adequate hulp beschikbaar is.

  2. 2

    Het aspect communicatie en samenwerking is zo ingericht dat betrokkene in staat is om: a.effectief te communiceren met de patiënten, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, met zijn naaste betrekkingen; b.in het kader van formele relaties, intern en extern te communiceren met diverse beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg of instanties in de gezondheidszorg; c.een functionele samenwerkingsrelatie met de patiënt aan te gaan, te onderhouden en af te ronden; d.met andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg in en buiten de organisatie professioneel samen te werken.

  3. 3

    Het aspect preventie en gezondheidsvoorlichting is zo ingericht dat betrokkene in staat is om: a.in het kader van preventie voorlichting te geven aan de patiënt met gezondheidsbevordering als doel; b.in het kader van therapietrouw en gedragsverandering de patiënt tijdens de behandeling op methodische wijze voor te lichten.

  4. 4

    Het aspect kwaliteitszorg en innovatie is zo ingericht dat betrokkene in staat is om: a.de eigen zorg- en dienstverlening op effectiviteit en efficiëntie te analyseren, daaraan conclusies te verbinden en deze zo nodig planmatig te verbeteren; b.aan de patiënt verantwoording af te leggen over effectiviteit en efficiëntie van het eigen professionele handelen; c.een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de zorg- en dienstverlening binnen de organisatie en in dat kader de zorg- en dienstverlening op effectiviteit en efficiëntie te analyseren en daaraan conclusies te verbinden.

  5. 5

    Het aspect praktijk- en bedrijfsvoering is zo ingericht dat betrokkene in staat is om: a.vanuit een zorgperspectief een bijdrage te leveren aan het zorgbeleid, de praktijkvoering en het beheer van de afdeling dan wel organisatie; b.al dan niet met anderen tot effectieve, efficiënte en hygiënische praktijk- en bedrijfsvoering te komen met behulp van ICT.

  6. 6

    Het aspect beroepsontwikkeling is zo ingericht, dat betrokkene in staat is om: a.het beroep uit te oefenen overeenkomstig de geldende professionele richtlijnen en de stand van de wetenschap; b.ethische vraagstukken die zich voordoen bij de podotherapeutische handelingen te onderkennen en hanteren; c.te handelen vanuit een juist begrip van wettelijke regelingen en andere regelingen betreffende de podotherapeutische beroepsuitoefening; d.te handelen vanuit een juist inzicht in de epidemiologie en de behoefte aan podotherapeutische zorg van de bevolking als geheel en de daartoe te hanteren verzorgingsmogelijkheden, zowel collectief als individueel; e.prioriteiten te stellen voor te verlenen podotherapeutische zorg in overeenstemming met de beschikbare middelen, de behandelingsnoodzaak en de eigen vraag naar zorg van de patiënt; f.te handelen vanuit een juist inzicht in de structuur en financiering van de gezondheidszorg gericht op de podotherapeutische zorg; g.op een wetenschappelijke en effectieve manier informatie te verwerven, te verwerken en toe te passen in het beroepsmatige handelen; h.te reflecteren op het eigen beroepsmatige handelen en dit op basis hiervan verder te ontwikkelen; i.de eigen professionaliteit voortdurend te ontwikkelen op basis van nieuwe situaties in de samenleving of het beroepsdomein.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.