Besluit beleggingsinstellingen

BBI

Huidige tekst

Artikel 2 BBI

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Het in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van de wet bedoelde gedeelte van de winst is het positieve bedrag van de voor uitdeling beschikbare winst verminderd met de te verrekenen uitdelingstekorten.

  2. 2

    Als voor uitdeling beschikbare winst wordt aangemerkt het bedrag van de in het jaar genoten belastbare winst: a.verminderd met een evenredig gedeelte van: 1°. de aan commissarissen toegekende beloningen voor zover deze op grond van artikel 11, eerste lid, van de wet niet aftrekbaar zijn; 2°. de voordelen uit hoofde van een gecontroleerd lichaam die op grond van artikel 13ab van de wet bij het bepalen van de winst in aanmerking worden genomen; 3°. het saldo aan renten dat op grond van artikel 15b van de wet bij het bepalen van de in een jaar genoten winst niet in aftrek komt; 4°. de giften voor zover deze op grond van artikel 16, eerste lid, van de wet niet aftrekbaar zijn; 5°. de belasting die buiten Nederland in enige vorm naar de winst wordt geheven over voordelen uit niet in Nederland gelegen onroerende zaken, indien voor de beleggingsinstelling te dier zake een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is; 6°. de kosten en lasten voorzover deze op grond van artikel 8 van de wet in verbinding met artikel 3.14 en 3.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet aftrekbaar zijn; 7°. de belasting die wordt geheven op grond van Artikel IV, onderdeel B, van Hoofdstuk 2 van de Invoeringswet Inkomstenbelasting 2001; 8°. winst die op grond van artikel 15, zestiende lid, tweede zin, van de wet in aanmerking wordt genomen; en b.vermeerderd met een evenredig gedeelte van het voortgewentelde saldo aan renten dat op de voet van artikel 15b, vijfde lid, van de wet in aftrek komt bij het bepalen van de winst van dat jaar.

  3. 3

    Als uitdelingstekort wordt aangemerkt hetzij het verlies van een jaar vermeerderd met de bedragen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 8°, en verminderd met het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, hetzij het negatieve bedrag waartoe de verminderingen en vermeerdering van de belastbare winst, bedoeld in dat lid, per saldo mochten leiden.

  4. 4

    Een uitdelingstekort wordt verrekend met de voor uitdeling beschikbare winst van de acht volgende jaren. De verrekening geschiedt in de volgorde waarin de uitdelingstekorten zijn ontstaan en de voor uitdeling beschikbare winsten zijn gemaakt.

  5. 5

    Als het ter beschikking stellen van winst wordt mede aangemerkt uitreiking van aandelen en van bewijzen van deelgerechtigdheid uit de winst tot onderscheidenlijk de nominale waarde en hetgeen geldt als storting. Bijschrijving uit de winst op aandelen en bestemming van winst tot storting op reeds uitgegeven bewijzen van deelgerechtigdheid worden met zodanige uitreiking gelijkgesteld.

  6. 6

    Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder een evenredig gedeelte verstaan een gedeelte dat evenredig is aan de verhouding tussen de waarde in het economische verkeer van het vermogen bij aanvang van het boekjaar verminderd met de herbeleggingsreserve bij aanvang van het boekjaar, en de waarde in het economische verkeer van het vermogen bij aanvang van het boekjaar.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:583Parket bij de Hoge Raad, 23 mei 2025 (belastingrecht)

    Toegang tot fbi-regime? Statutaire en feitelijke beleggingseisen. Onzakelijke financiering vastgoed? Verhouding tussen art. 8b Wet Vpb (arm’s length) en onzakelijke-leningrechtspraak. Wordt…

  • ECLI:NL:PHR:2019:545Parket bij de Hoge Raad, 22 mei 2019 (belastingrecht)

    Bij beslissing van 26 februari 2019 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant de Hoge Raad ex art. 27ga AWR twee nieuwe aanvullende prejudiciële vragen gesteld in verband met de intrekking van ’s Hogen…

  • ECLI:NL:HR:2017:342Hoge Raad, 3 maart 2017 (belastingrecht)

    Dividendbelasting. Artikel 10, lid 2, Wet op de dividendbelasting 1965 (tekst tot 1 januari 2008). Artikel 56 EG (thans artikel 63 VWEU). Naar aanleiding van prejudiciële vragen van de Rechtbank…

  • ECLI:NL:PHR:2016:1106Parket bij de Hoge Raad, 9 november 2016 (belastingrecht)

    Bij beslissing van 1 augustus 2016 heeft de Rechtbank Zeeland/West-Brabant de Hoge Raad ex art. 27ga AWR verzocht om een prejudiciële beslissing in twee zaken over de EU-rechtelijke vergelijkbaarheid…

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:1920Gerechtshof Amsterdam, 7 mei 2024 (belastingrecht)

    Aanslagen Vpb 2014 t/m 2017. fbi-regime, vereiste aangifte, statutaire doelomschrijving, feitelijke beleggingseis, financieringslimiet, onzakelijke aandeelhouderslening, fraus legis. Belanghebbende…

  • ECLI:NL:PHR:2015:355Parket bij de Hoge Raad, 19 maart 2015 (belastingrecht)

    Verzoek om teruggaaf dividendbelasting op grond van art. 63 VwEU (vrij kapitaalverkeer) door Luxemburgs paraplufonds dat zich vergelijkt met een ingezeten fbi, die tot 2008 teruggaaf kreeg en daarna…

  • ECLI:NL:GHSHE:2014:1938Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26 juni 2014 (belastingrecht)

    Luxemburgs beleggingsfonds (SICAV) heeft geen recht op teruggaaf van dividendbelasting ter zake van ontvangen portfoliodividenden. Geen schending van het recht op vrij kapitaalverkeer. Het fonds is…

  • ECLI:NL:PHR:2014:353Parket bij de Hoge Raad, 15 april 2014 (belastingrecht)

    Plafond herbeleggingsreserve (HBR) ex art. 4(5)(a) Besluit beleggingsinstellingen (BBI); Leidt een excesdividend van een fiscale beleggingsinstelling boven zijn uitdelingsverplichting ten laste van…

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.