Besluit beleggingsinstellingen

BBI

Huidige tekst

Artikel 10 BBI

Geldt sinds 1 januari 2019

  1. 1

    Een lichaam wordt uitsluitend met ingang van een jaar als beleggingsinstelling aangemerkt. Ingeval het lichaam vóór dat tijdstip reeds aan de heffing van vennootschapsbelasting is onderworpen, is dit het jaar volgende op dat waarin aan het bepaalde in het tweede lid is voldaan.

  2. 2

    Aan het einde van het jaar, voorafgaande aan dat met ingang waarvan een lichaam als beleggingsinstelling wordt aangemerkt, worden: a.de bezittingen te boek gesteld voor de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend; b.de reserves als bedoeld zijn in artikel 3.53, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, opgenomen in de winst.

  3. 3

    Ingeval een beleggingsinstelling in de loop van een jaar niet langer voldoet aan het bepaalde in artikel 28, tweede lid, van de wet wordt het lichaam reeds met ingang van dat jaar niet meer als beleggingsinstelling aangemerkt, met dien verstande dat ingeval niet wordt voldaan aan het bepaalde in het tweede lid, onderdeel b, van dat artikel het lichaam niet meer als beleggingsinstelling wordt aangemerkt met ingang van het jaar waarop de voor uitdeling beschikbare winst betrekking heeft. De bij het begin van het jaar, met ingang waarvan het lichaam niet meer als beleggingsinstelling wordt aangemerkt, aanwezige afrondingsreserve wordt opgenomen in de winst van dat jaar.

  4. 4

    Het negatieve saldo aan besmette voordelen, bedoeld in artikel 13ab, zevende lid, van de wet, dat is ontstaan in een periode waarin een belastingplichtige als beleggingsinstelling is aangemerkt (statusperiode), vermeerdert niet een positief saldo van besmette voordelen als bedoeld in artikel 13ab, eerste en tweede lid, van de wet buiten de statusperiode.

  5. 5

    Het op de voet van artikel 15b, vijfde lid, van de wet voortgewentelde saldo aan renten dat is ontstaan in de statusperiode, komt niet in aftrek bij het bepalen van de winst buiten de statusperiode. Het op de voet van artikel 15b, vijfde lid, van de wet voortgewentelde saldo aan renten dat buiten de statusperiode is ontstaan, komt niet in aftrek bij het bepalen van de winst binnen de statusperiode.

  6. 6

    Aan het einde van het jaar, voorafgaande aan dat met ingang waarvan een lichaam niet langer als beleggingsinstelling wordt aangemerkt, worden de beleggingen te boek gesteld voor de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:517Parket bij de Hoge Raad, 27 mei 2022 (belastingrecht)

    Art. 3 en 28 Wet Vpb; EU-recht; HvJ Deka, HvJ Fidelity Funds Is een niet-ingezeten transparant beleggingsfonds een buitenlandse belastingplichtig "doelvermogen" (art. 3 Wet Vpb); Zo ja, komt het in…

  • ECLI:NL:PHR:2014:1896Parket bij de Hoge Raad, 30 september 2014 (belastingrecht)

    Terugwerkende kracht van concernaansluiting voor de premiesectorindeling in de Wfsv? Discretionaire bevoegdheid? Schending van het gelijkheidsbeginsel? Ontvankelijkheidsperikelen Feiten: De…

  • ECLI:NL:PHR:2011:BN3442Parket bij de Hoge Raad, 25 november 2011 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Vennootschapsbelasting. Art. 8 Wet Vpb 1969. Art. 7 Wet IB 1964. Onzakelijk vormgegeven lening "omlaag". Afwaarderingsverlies niet aftrekbaar. Uitwerking van HR 9 mei 2008, BNB…

  • ECLI:NL:HR:2004:AR7766Hoge Raad, 17 december 2004 (belastingrecht)

    Fiscale beleggingsinstelling. Overgangsregeling art. XII van de Wet van 13 december 1996, Stb. 652.

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:3632Gerechtshof Amsterdam, 19 december 2024 (belastingrecht)

    Aanslagen Vpb 2014 t/m 2017. Fbi-regime, vereiste aangifte, pleitbaar standpunt, statutaire doelomschrijving, afwaardering, herwaardering, onzakelijke aandeelhouderslening, vertrouwensbeginsel. Hoger…

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:3626Gerechtshof Amsterdam, 19 december 2024 (belastingrecht)

    (Navorderings)aanslagen Vpb 2015 t/m 2017. Fbi-regime, vereiste aangifte, pleitbaar standpunt, statutaire doelomschrijving, herwaardering, onzakelijke aandeelhouderslening, vertrouwensbeginsel, nieuw…

  • ECLI:NL:GHSHE:2021:2629Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 3 september 2021 (belastingrecht)

    Vpb, fiscale beleggingsinstelling, EU-recht Belanghebbende is een in Duitsland gevestigd Immobilien-Sondervermögen dat mede belegt in Nederlandse onroerende zaken. In geschil is of belanghebbende in…

  • ECLI:NL:RBZWB:2018:6531Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 november 2018 (belastingrecht)

    Artikel 28 Wet Vpb, artikel 63 VWEU, artikel 10 BBI, arrest Fidelity Funds, arrest Van der Weegen, non-discriminatoire belemmering, gelijkheidsbeginsel. Komt een buitenlands beleggingsfonds in…

21 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.