Beleidsregel brachycephale honden

Huidige tekst

Artikel 2 Beleidsregel brachycephale honden

Geldt sinds 25 augustus 2023

Fokken met brachycephale honden 1 Wanneer bij het fokken van honden bij ten minste één van de ouderdieren één of meer van de volgende kenmerken aanwezig zijn, wordt dit gezien als een overtreding van artikel 3.4, eerste en tweede lid, van het Besluit houders van dieren: a.het produceren van een bijgeluid bij de ademhaling in rust; b.een matige tot ernstige vernauwing van de neusopeningen; c.een relatieve neusverkorting met een craniofaciale ratio kleiner dan 0,3; d.een neusplooi: i. met haren die vanaf de neusplooi het hoornvlies of bindvlies raken of kunnen raken; ii. die nat is; of iii. met ontstekingsverschijnselen in een of beide ogen gerelateerd aan de aanwezigheid van de neusplooi; e.een oog met oogwit zichtbaar in twee of meer kwadranten; of f.een ooglid dat niet volledig gesloten kan worden bij het opwekken van de ooglidreflex. 2 Wanneer bij het fokken van honden bij ten minste één van de ouderdieren twee of meer van de volgende kenmerken aanwezig zijn, wordt dit gezien als een overtreding van artikel 3.4, eerste en tweede lid, van het Besluit houders van dieren: a.een geringe vernauwing van de neusopeningen; b.een relatieve neusverkorting met een craniofaciale ratio van 0,3 tot 0,5; of c.een neusplooi die niet in contact staat met het oog. 3 Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder ‘kenmerk’ ook verstaan een kenmerk dat is weggenomen door middel van een lichamelijke ingreep.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.