Beleidsregel binnenvaart 2013

Huidige tekst

Artikel 4.5 Beleidsregel binnenvaart 2013

Geldt sinds 29 oktober 2013

  1. 1

    De minimum glasdikte wordt bepaald volgens de formule uit de NEN-ISO norm 3903 Annex B: Hierin geldt: t: de glasdikte in millimeters; a: de kleinste maat van het venster in mm; β: de factor als gevolg van de verhouding tussen de grootste en de kleinste maat van het venster; P: de druk op het venster in kPa. De waarde van β wordt bepaald uit de grafiek in de NEN-ISO norm 3903 Annex B. Deze waarde kan ook berekend worden met de volgende formule: β = 0.0179 * x 3 – 0.2091 * x 2 + 0.817 *x – 0.3378 – met als maximum 0,75 Hierin is x de grootste glasmaat b gedeeld door de kleinste glasmaat a.

  2. 2

    P wordt als volgt bepaald: P = P 1 x f 1 Voor vensters in positie 1 geldt: P 1 = 60 – (10 * h/V) Voor vensters in positie 2, 3 en 4 geldt: P 1 = (50 – 42 * (h – V) met een minimum van 1 kPa. In deze formules is: V: 0,60 m voor zone 2 en 0,30 m voor zone 3 en 4; h: de hoogte van de onderkant van het venster boven de geladen lastlijn in meters; f 1: correctiefactor voor de zone. De correctiefactor f 1 voor de zone bedraagt: Voor zone 2: f 1 = 1; Voor zone 3: f 1 = 0,64; Voor zone 4: f 1 = 0,25.

  3. 3

    Voor lichtranden en patrijspoorten wordt de glasdikte bepaald volgens de formule: t = 0,87 x t 1 (mm). Hierin is: t 1: basisdikte in mm. Deze wordt overeenkomstig het eerste lid bepaald.

  4. 4

    De berekende minimum glasdikte mag in alle gevallen met ten hoogste 0,5 mm naar beneden worden afgerond in verband met genormaliseerde standaard glasdikten.

  5. 5

    De glasdikte van ramen bedraagt in alle gevallen ten minste 8 mm voor ramen in de positie 1 en ten minste 5 mm voor ramen in de positie 2, 3 en 4.

  6. 6

    Gelamineerd voorgespannen glas mag in alle gevallen worden toegepast, waarbij de equivalente dikte wordt bepaald volgens de formule: Hierin betekent: ti: de dikte van elke afzonderlijke glaslaag (mm); t: de equivalente glasdikte volgens dit artikel.

  7. 7

    Voor binnenvaartschepen, waarbij de vensters in de opbouw geplaatst zijn en het gangboord is uitgevoerd met een dichte verschansing aan de buitenzijde, wordt voor deze vensters de maat h vervangen door de maat: h 1 = h + 0,2 b + 0,2 q. Hierin is: b: de hoogte van de dichte verschansing in meters; q: de breedte van het gangboord in m, horizontaal gemeten vanaf de buitenkant van het schip tot aan de opbouw. Indien de maat b minder bedraagt dan 0,15 m en de maat q minder bedraagt dan 0,40 m, wordt de maat h niet vervangen door de maat h1.

  8. 8

    Voor binnenvaartschepen waarbij vensters in een (schuif-)pui in de achterwand van de opbouw geplaatst zijn, wordt voor deze vensters de maat h vervangen door de maat h 2 = h + 0,5c. Hierin is: c: de kortste afstand van de zijkant van het venster tot aan de buitenhuid, horizontaal dwarsscheeps gemeten in m. Indien de maat c minder bedraagt dan 0,40 m, wordt de maat h niet vervangen door de maat h 2.

  9. 9

    Wanneer een rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype is voorzien van een berghout en een overstekend gangboord wordt de factor h, als bedoeld in het derde lid, vervangen door de factor: h 3 = h + 0,2 p + 0,2 q. Hierin is: p: de horizontale oversteek van het berghout in m, aan de onderzijde gemeten; q: de breedte van het gangboord in m, horizontaal gemeten vanaf de buitenkant van het berghout tot de onderkant van de opbouw. Indien de maat p minder bedraagt dan 0,10 m of de maat q minder bedraagt dan 0,30 m, wordt de maat h niet vervangen door de maat h 3.

  10. 10

    De glasdikte van ramen in open rondvaartboten en in rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype, bestemd voor de vaart op zone 4, bedraagt ten minste 5 mm.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.