Belastingwet BES

Huidige tekst

Artikel 4.10 Belastingwet BES

Geldt sinds 1 januari 2014

  1. 1

    De voordelen uit een onroerende zaak worden gesteld op 4% van de waarde van de onroerende zaak, met dien verstande dat ingeval de onroerende zaak een zelfstandige woning betreft, niet zijnde een woning als bedoeld in artikel 4.4, onderdeel a, de voordelen worden gesteld op 4% van de waarde, voor zover deze waarde meer bedraagt dan USD 70.000. Voor de toepassing van de eerste volzin is, mits alle eigenaren natuurlijke personen zijn, artikel 4.2, derde lid, van overeenkomstige toepassing en kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld om te bepalen of sprake is van een zelfstandige woning.

  2. 2

    In afwijking van het eerste lid worden de voordelen uit een onroerende zaak bij een belastingplichtige als bedoeld in artikel 4.2, vierde lid, bepaald op basis van het eerste lid, en vervolgens vermenigvuldigd met een gebruiksfactor. De gebruiksfactor is het aantal dagen in het kalenderjaar dat de belastingplichtige een onroerende zaak waarvan hij het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft mag gebruiken, gedeeld door het aantal dagen in het kalenderjaar. Indien de hiervoor bedoelde belastingplichtigen de onroerende zaak in totaal minder dan het aantal dagen in het kalenderjaar mogen gebruiken wordt het op grond van de eerste twee volzinnen bepaalde voordeel vermenigvuldigd met een leegstandsfactor. Deze leegstandsfactor bedraagt het aantal dagen in het kalenderjaar gedeeld door het totaal aantal dagen dat deze belastingplichtigen de onroerende zaak mogen gebruiken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:OGHACMB:2020:28Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 13 februari 2020 (belastingrecht)

    In geschil is of de drie onroerende zaken aan te merken zijn als drie afzonderlijke, zelfstandige, woningen en daardoor recht bestaat op een vrijstelling van de onroerende zaak en of het tarief van…

  • ECLI:NL:OGHACMB:2019:115Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 14 februari 2019 (belastingrecht)

    Evenals het Gerecht is het Hof van oordeel dat de onroerende zaken niet zijn aan te merken als zelfstandige woningen in de zin van artikel 4.10, lid 1 BBES. Ook de (exclusieve) beschikbaarheid tot…

  • ECLI:NL:OGEABES:2019:1Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 17 januari 2019 (belastingrecht)

    Naar het oordeel van het Gerecht vormen de onroerende zaken geen zelfstandige woningen in de zin van artikel 4.10, lid 1 BBES. Belanghebbende heeft aldus geen recht op de belastingvrije voet van USD…

  • ECLI:NL:OGEABES:2017:18Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 9 november 2017 (belastingrecht)

    De uitspraak op bezwaar is naar het verkeerde adres verzonden. In dat geval vangt de beroepstermijn van twee maanden pas aan op het moment dat belanghebbende de uitspraak op bezwaar heeft ontvangen.…

  • ECLI:NL:ORBBACM:2015:22Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 12 juni 2015 (belastingrecht)

    De belastingplicht van belanghebbende, zijnde een voetbalvereniging, voor de vastgoedbelasting (op grond van artikel 4.2 Belastingwet BES) en in het verlengde daarvan de toepassing van de artikelen…

  • ECLI:NL:ORBBACM:2015:63Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 11 februari 2015 (belastingrecht)

    Is er bij een niet afgebouwd woonhuis sprake van voordelen uit een onroerende zaak die belast kunnen worden met vastgoedbelasting.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.