Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden

BVTG

Huidige tekst

Artikel 36 BVTG

Geldt sinds 1 oktober 2023

  1. 1

    Het bepaalde in artikel 35, derde tot en met het vijfde lid, is niet van toepassing op brieven, door de verpleegde gericht aan of afkomstig van: a.leden van het Koninklijk Huis; b.de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal, een commissie daaruit of leden daarvan; c.Onze Minister; d.justitiële autoriteiten; e.de Nationale ombudsman; f.de inspecteurs van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd; g.de Raad, een commissie daaruit of leden of buitengewone leden daarvan; h.de commissie van toezicht of een beklagcommissie, of leden daarvan; i.organen, of leden daarvan, die krachtens een wettelijk voorschrift of een in Nederland geldend verdrag: 1°. bevoegd zijn tot kennisneming van klachten of behandeling van met een klacht aangevangen zaken; dan wel 2°. zijn belast met het houden van toezicht op inrichtingen als bedoeld in hoofdstuk II; j.diens rechtsbijstandverlener; k.diens reclasseringswerker; l.het bestuur, voor zover het een private instelling met een bijzondere aanwijzing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg betreft; m.andere door Onze Minister of het hoofd van de instelling aan te wijzen personen of instanties.

  2. 2

    Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de wijze van verzending van brieven aan en door de in het eerste lid genoemde personen en instanties.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.