Huidige tekst
Artikel 32 Arbeidsveiligheidsbesluit II BES
- 1
De maximum-last, waarbij met de uiterste stand van de giek mag worden gewerkt, moet zijn vastgelegd.
- 2
Wanneer de giek op haar uiterste stand is moeten er tenminste twee kabelwindingen op de trommel van de lier aanwezig zijn.
- 3
De giek van een dirkkraan met vaste schoren mag niet aangebracht worden tussen de schoren.
- 4
Iedere kraan met een beweegbare giek moet voorzien zijn van een doelmatig sluitingsmechanisme tussen de koppeling van de giek en de pal op de giektrommel tenzij: a.de hijstrommel en de giektrommel onafhankelijk van elkaar aangedreven worden; b.het mechanisme dat de giektrommel aandrijft zelfsluitend is.
- 5
Waar de tuien van een getuide dirkkraan niet op ongeveer gelijke afstanden bevestigd kunnen worden moeten zodanige maatregelen genomen worden dat de veiligheid van de dirkkraan verzekerd is.
- 6
Het opstellen van een kraan moet geschieden onder toezicht van een voldoende deskundig persoon.
- 7
Iedere kraan moet na opstelling en voordat zij in gebruik wordt genomen ter plaatse op de verankering worden beproefd door een voldoende deskundig persoon.
- 8
Dirkkranen moeten beproefd worden op hun verankering door het belasten van elke verankering met een maximum trekkracht van a. een last van 25% boven het maximaal toelaatbare, tot 20 ton; b. een last van 5 ton boven het maximaal toelaatbare, tussen 20 en 50 ton; c. een last van 10% boven het maximaal toelaatbare, boven 50 ton.