Arbeidstijdenbesluit vervoer

ATB

Huidige tekst

Artikel 2.5:7 ATB

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing op de werknemer die vervoer verricht waarop verordening (EEG) nr. 561/2006 niet van toepassing is.

  2. 2

    In plaats van artikel 5:7, tweede tot en met vierde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast.

  3. 3

    De werknemer die vervoer anders dan taxivervoer verricht, verricht in elke periode van 16 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid.

  4. 4

    De werknemer die taxivervoer verricht, verricht ten hoogste: a.60 uren arbeid per week; b.12 uren arbeid per dienst; en c.gemiddeld 48 uren arbeid per week in elke periode van 16 aaneengesloten weken.

  5. 5

    Van het derde en vierde lid kan met inachtneming van het zesde lid slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het eerste lid, is nietig.

  6. 6

    De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer in elke periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.